foebelen

In NRC-Handelsblad van afgelopen weekend een groot verhaal van Steven Verseput over de ontstaansgeschiedenis van het voetbal in Nederland. Dit naar aanleiding van het verschijnen van het boek “Hoe voetbal verscheen in Nederland” van de hand van Jan Luitzen en Wim Zonneveld ( uitgever Stichting de Sportwereld, 124 pagina’s, met 41 illustraties en foto’s. Prijs: 9,95 euro. Verschijnt 19 oktober. Te bestellen via www.desportwereld.nl/voetbal )

Volgens Luitzen en Zonneveld werd er al in 1789 gespeeld op de Gooweg tussen Noordwijk en Noordwijkerhout. Voor trouwe lezers van De Blauwdotter komt dit gegeven niet als een verassing. Al in het Voorjaarsnummer van 2018 had Jeroen Verhoog de primeur van dit verhaal, een gegeven dat door NRC-Handelsblad niet wordt gemist: “In het nieuwste boek hebben de auteurs, in hun woorden, „een paar nieuwsprimeurs” over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlands voetbal. Zoals de ontdekking in Noordwijk, al was dat dit voorjaar al beknopt beschreven door Jeroen Verhoog in De Blauwdotter, een lokaal historisch blad.” Ik citeer de eerste alinea’s van het stuk uit NRC-Handelsblad:

Voorjaar van 1789, een sportdag op de internationale kostschool van Joseph de Veer in Noordwijk. Aan het slot wordt een pot ‘football’ gespeeld, om beslissing te brengen nadat het hardlopen en worstelen gelijk is geëindigd. Acht Engelse jongens nemen het op tegen een groep met onder anderen Nederlandse, Duitse, Franse, Poolse en Russische leerlingen. „Grim-fac’d looking souls”, schrijft de Britse leerling John Skinner over de tegenstander, in een van zijn 27 brieven aan het thuisfront. Vrij vertaald: grimmig ogende zielen.

De wedstrijd is niet op een veld, maar op de openbare weg: de Gooweg tussen Noordwijk en Noordwijkerhout, over een afstand van zo’n vier kilometer. Halverwege de weg wordt afgetrapt. De Engelsen moeten de bal in Noordwijkerhout proberen te krijgen, het andere team juist in Noordwijk. ‘Mob football’ heet deze primaire vorm: voetbal van de menigte, waarbij complete dorpen tegen elkaar spelen.

Skinner (toen 16) introduceerde deze voorloper van voetbal in Noordwijk, met zijn drie jaar jongere broer Edward. Toen John zag dat hier niet werd gecricket en gevoetbald, vroeg hij zijn moeder in Londen zijn sportspullen te sturen.

Later doet hij per brief verslag van het duel, in een schitterend rijm. Een passage daaruit:

The Foot-Ball brought, the party set / The English club, and form a bet

That they would kick and drive about / From Noordwyk to the Wyk op Hout

Het spel golft op en neer. Het gaat er ruw aan toe. Er wordt tegen schenen geschopt. Skinner trekt de vergelijking met de Trojaanse oorlog, door het „tumult” en de bal die alle kanten opvliegt. De Engelsen winnen ondanks een numerieke minderheid. Ze trakteren op drank in een herberg in Noordwijkerhout, betaald van de opbrengst van de weddenschap.