beweging

Ik stuit op internet, in een artikel van Menno ter Braak op het begrip ‘Noordwijker kamer’. Een beetje door googelend begrijp ik dat het gaat om een kring van kunstenaars en vooral schrijvers en dichters rond het Literair Tijdschrift “De Beweging” dat onder de bezielende leiding stond van Albert Verweij. Met het begrip “Noordwijker Kamer” werden in die ‘kring’ onder meer gevangen kunstenaars als Nine van der Schaaf, A. van der leeuw, N. van Suchtelen, Marie Cremers en P. de Voois. Niet de allergrootsten in de Nederlandse literatuurgeschiedenis, vandaar ook dat de benaming ‘Noordwijker Kamer’ een beetje schamper bedoeld was, op het honende af. In het bedoelde artikel in Het Vaderland schreef Menno ter Braak

In diverse letterkundige handhoeken (bv. in Stroomingen en Gestalten van De Raaf, Griss en Donkersloot) kan men lezen, dat een aantal dichters uit de school van Albert Verwey gezamenlijk vormden de ‘Noordwijker Kamer’. Ik vond dat zulk een mooien naam, dat ik tegenover een van de bekendste dichters uit die ‘kamer’ eens mijn bewondering uitsprak over die fraaie qualificatie en hem vroeg, hoe zij aan die benaming gekomen waren. De dichter in quaestie bleek toen van niets te weten; hij wist niets van een Noordwijker Kamer, hoewel hij er een van de belangrijkste ‘leden’ van geweest was en kon mij ook geen verklaring aan de hand doen voor het ontstaan van het begrip, thans in de letterkundige handboeken algemeen gebruikelijk.