mug

Albert Verweij had in de Villa Nova veel last van muggen in de zomer. Na weer eens gestoken te zijn dichtte hij – niet zonder humor:

De mug heeft haar trompet gezet

op zulk een hooge toon,

dat zij me in ’t bed de slaap belet

wijl met triomf en hoon

zij onderwijl haar angel wet

en met een duivelachtige pret

een plaats zoekt op mijn koon –