toren.jpg

Noordwijkers hebben ‘scheldnamen’, maar niet dezelfde: een Noordwijk op Zeeër heet in de volksmond een ‘blauwdotter’, een Noordwijk Binder een ‘torentrekker’. In een doorwrocht artikel uit het Leidsch Jaarboekje 1950 komt de naam ‘blauwdotter’ tot mijn verbazing helemaal niet voor. Wél iets blauws en wél andere namen en zo te lezen niet eens specifiek voor de zeese of de binderse bevolkingsgroep, maar toch. Lees mee:

Noordwijkers heten wel ‘Negenwekers’, ontleend aan de naam van zekere vroege aardappelsoort, die daar wellicht meer dan elders werd geteeld. Thans onbekend. De verhouding tussen de zeedorpen Noordwijk en Katwijk is goed, al spotten de Katwijkers wel eens met de Noordwijkers. Overdiep zegt hiervan : De ,,Noortecher” hebben (bij de Kattekers) geen bepaalde schimpnaam, zij worden alleen door het attribuut ,,blaeuwe” (Noortechers) gekenmerkt: ten eerste droegen zij vroeger blauwe kousen, ten tweede zijn ze tamelijk gesteld op “‘n pietsje” (‘n borrel), waaraan zij misschien een blauwe’ gelaats- of althans neustint dankten. Een niet algemene stereotiepe betiteling is die van ,,suikerijkonte”, omdat zij naar verluidt, zulke liefhebbers van cichorei waren, dat dit artikel veeleer dan koffie de pot vulde. Noordwijk heet dan ook wel ,,Suikerijland.” Zie : DR. G. S. OVERDIEP met medewerking van C. VARKEVISSER, De Volkstaal van Katwijk aan Zee. De spotnaam “Suikerijkonten” is genoemd.

Dat suikergedoe heb ik nooit gehoord en ‘negenwekers’ is mij ook onbekend. Voor de Binders is het alias ‘Torentrekkers’ wel ruimschoots bekend. Hoe ze aan die naam kwamen? Wederom het Leidsch Jaarboekje:

In de stoere toren van de Ned. Herv. kerk te Noordwijk hangen twee klokken, de grootste in 1677 in Amsterdam gegoten door PETRUS HEMONY, de andere in 1690 door de Rotterdammer 1. OUDEROGGE. Eens, wellicht in de Franse tijd, toen het dorp in armoede verkeerde, was volgens overlevering de klokkenstoel zodanig vermolmd, dat het gevaarlijk was de klokken te luiden. Geld voor herstel was er niet en zonder luiden ging ‘t ook niet. Wat te doen? Armoede zoekt list. Een der klokkenluiders klimt omhoog, slingert de klokkentouwen door een der galmgaten naar buiten. Als nu de luiders gaan trekken kan hen niets gebeuren ! Maar die vervelende koetillers, dwarsdrijvers en blauwkousen konden niet nalaten hiermede de spot te drijven en sindsdien heten de Noordwijkers “Torentrekkers” Zie : W. B(RAUN), Weekblad De Zeekant, Sept. 1949, nr. 536.

En dan zien we deze foto / ansichtkaart en meen ik daarop te kunnen waarnemen dat er inderdaad touwen van de toren naar beneden hangen. Of heeft iemand dit ingetekend? Of gaat het hier om een folkloristische aangelegenheid? De touwen komen overigens niet uit de galmgaten. Het kan dus zijn dat hier een andere duiding van het spreekwoord wordt verbeeld, namelijk dat Noordwijkers soms geneigd waren de hele toren maar ondersteboven te trekken.

Raadselachtig.

NOTA BENE: iemand suggereert dat het brandslangen zijn die hier te drogen hangen (??)