We kregen aanvankelijk zwemles in de Noordduinen in een stenen bad, dat nog door de Duitse bezetter was aangelegd. Ik vond het helemaal drie keer niks en weigerde in zo’n bad mijn armen uit te slaan. Desondanks werd ik – in mijn herinnering – als een razende door het water gesleept, mijn kop klem achter een pikhaak aan een lange stok die werd bediend door mevrouw Van Tilburg, die je met barse stem tot zwemmen dwóng.

Dat vond ik helemaal vier keer niks. Maar opeens was er een overdekt zwembad (het was niet meer dan een samenraapsel van aan elkaar gelaste plastic golfplaten). Achter Hotel Zeerust. Het hotelmanagement meende wel een slaatje te kunnen slaan uit het schoolzwemmen en verhuurde de boel aan scholen. Ik hoopte hier wat gemotiveerder aan de vlinderslag te kunnen, maar tot mijn schrik bleek ook hier mevrouw Van Tilburg met haar grote mond en pikhaak rond te lopen op kokette rubber laarzen. Ik haakte verbijsterd af en verbracht dat ene uurtje zwemles aan zee met een lotgenoot op het Vuurtorenplein, soms met een zak patat van de firma Cohen, die in een hoek van het plein een snackerige nering dreef.

En nu zie ik deze kaart van datzelfde zwembad en – rechts – diezelfde mevrouw Van Tilburg en opeens vind ik haar – door de melancholera bevangen – heel aardig.

Zie ook een eerder verhaaltje over Greeth van Tilburg