piet

Het is bijna een hilarisch verhaal, ware het niet dat ik in dit blog al eens eerder – met enige ernst – die Noordwijkse neiging aan de kaak heb gesteld om vrijwel voortdurend, zo niet unilateraal rekening te houden met de Duitse badgast. Alsof Duitsers een bordje “Kamer met Ontbijt” niet konden begrijpen en hen altijd maar dat “Zimmer mit Frühstück” moest worden voorgekauwd. Banketbakkers, restauranthouders, visboeren, iedereen placht zijn waar ’s zomers vrijwel uitsluitend in het Duits aan te prijzen. Bij mijn weten lieten Noordwijkers dit allemaal lijdzaam over hun kant gaan, waarschijnlijk stiekem denkend aan hun zomerse nering die mede, zo niet vooral door de Teutoonse nabuur werd gevoed.

Toch waren er wel kritische kanttekeningen, zoals uit bijgaand verhaal in de Amersfoortsche Courant van 6 november 1929 blijkt. Ene “M.G.J. Bevers” heeft zich danig opgewonden over het feit dat hij in Huis ter Duin uitsluitend in het Duits te woord werd gestaan en op zijn reacties in het Nederlands alleen maar te verstaan kreeg: “Verstehe nicht”. Van chef tot liftboy, iedereen spreekt uitsluitend Duits en Bevers ergert zich een ongeluk in het kwadraat. Hij schrijft dat hij het hotel “met ergernis gemeden heeft” en voegt daar dreigend aan toe vernomen te hebben “dat anderen dat ook deden.” Bevers maakt gewag van het feit dat “de vertering” werd opgediend door uitsluitend Duits personeel, of althans door personeel dat alleen maar Duits sprak, maar hij verhaalt helaas niet wát de vertering dan wel inhield: Eisbein? Knödel? Erbseneintopf mit Nürnberger Würschen? Alles overgoten met zo’n zurige, ongerijpte Moselwein?

Bevers was niet zomaar iemand, hij was op dat moment wethouder in Delft en bestuurder van tal van verenigingen, waaronder de Overkoepelende Stichting van Katholieke Openbare Leeszalen. Hij moet gemakkelijk de weg hebben weten te vinden naar het nationalistische Algemeen Nederlandsch Verbond, waar dergelijke klachten  erin gingen als Gods woorden in een ouderling en waar fiks gelobbyed werd (en nog steeds wórdt – bij mijn weten) voor de Nederlandsche Taal (met hoofdletters).

Maar het heeft – vrees ik – niet veel geholpen. Huis ter Duin werd er geen sikkepitje minder van. Misschien was het wel andersom: juist het feit dát er uitsluitend Duits gesproken werd legde dit hotel “keine Windeier”.

NB In mijn eigen tijd werd ik als aankomend verkoper bij Warenhuis J&B voortdurend lastig gevallen door Duitsers die zich een “‘Tauchsieder” wensten aan te schaffen en geen moeite wensten te doen mij daarvoor een Nederlands equivalent aan te reiken, áls dat equivalent al bestond. Ik begreep werkelijk niet wat ze bedoelden en zei even simpel als overtuigend (in een soort van Flauskesseldeutsch) dat we dat niet verkochten. Zo stuurde ik tientallen Duitsers onverrichterzake de tent uit, totdat de directeur, de oude Van Stijn (“Kip” voor intimi) mij erop wees dat die krengen overal hoog opgetast in de vakken lagen. Een ‘Tauchsieder’ is een dompelaar, waarmee je water kon opwarmen voor een kop koffie of een kop soep.