foto  Johanna Gezina, kortweg ‘Jo’ van Gogh-Bonger  1862-1925 was getrouwd met kunsthandelaar Theo van Gogh en dus de schoonzus van de schilder Vincent. Ze is algemeen bekend geworden door de zorgvuldigheid waarmee zij waakte over de erfenis van de gebroeders Van Gogh. Ze bezorgde de briefwisseling tussen beide broers, die voor de kunstgeschiedschrijverij een voorbeeld blijven en ze beheerde de collectie schilderijen die Vincent gemaakt had en die Theo haar had nagelaten. Sommige van die schilderijen moest ze verkopen, maar tegelijk gebruikte ze die schilderijen ook om de schilder Vincent van Gogh ‘aan de man de brengen’ via allerhande bruiklenen aan gerenommeerde musea en overzichtstentoonstellingen. En daarin was ze – zoals we in retrospectief wel weten – uitermate succesvol.

In augustus 1898 verbleef Jo van Gogh met haar zoontje Vincent in de Villa Jacoba (uiterst links op de foto) aan de Noordboulevard in Noordwijk. Daar schurkte ze stevig aan tegen de kunstenaarskring rond Albert Verwey, waartoe in ieder geval ook (en misschien wel meest prominent) Karel Alberdingk Thijm behoorde, alias Lodewijk van Deyssel. Aan de vrouw van Karel/Lodewijk schreef ze vanuit de Villa Jacoba op 14 augustus een kaartje:  ‘Villa Jacoba/Noordwijk a/Z, 14 Augustus. Beste C., Ik kom je even zeggen dat ik er op reken, dat je Woensdag hier komt logeeren. De Verwey’s verwachten jelui met de koffie (de tram uit Leiden komt hier 12.01 spoortijd aan). Vincentje en ik komen er ook – en ’s middags en ’s avonds ben je mijn gast (als je ’t goed vindt). We hebben wel een klein logeerkamertje maar er is een bed over voor Jopie – en Vincentje zou ’t heerlijk vinden als hij meekwam. Als het kan breng hem dan mee – en knoop er nog een nachtje aan. In elk geval tot Woensdag dus. De trein gaat om 8.36 uit Baarn. Met vriendelijke groeten ook aan Karel t.à.t. Jo v. Gogh.’

Van Deyssels betrekkingen met Jo van Gogh-Bonger komen aan de orde bij Harry G.M. Prick, Lodewijk van Deyssel over Vincent van Gogh, in Maatstaf, maart 1986, p. 19-25.