
Erg enthousiast is hij over Noordwijk nooit geworden, Henk Hofland, journalist, schrijver, commentator en tegenwoordig ook uitvinder/producent van prachtig bewegende voertuigen en machines. In zijn onovertroffen "Tegels Lichten" komt de onderstaande opmerking zo maar ergens uit "das Blaue hinaus" vallen, als hij het heeft over het gijzelaarskamp St. Michielsgestel uit de Tweede Wereldoorlog: "De beschrijving die sommige ooggetuigen van het leven in Gestel hebben gegeven, bevestigen dat dit kamp de voorloper is geweest van het werkgevershotel De Baak in Noordwijk, en dat daar onder meer een vroege Nederlandse versie van het sensitivity trainen werd beoefend." Het is een duidelijke sneer, naar werkgevershotel De Baak in het bijzonder en de vraag is waar die sneer vandaan kwam. Dat blijft onduidelijk, maar in een andere context komt De Baak weer bij Hofland terug, ook al niet in de meest juichende omstandigheden.
Hofland was hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, een krant die mét de Nieuwe Rotterdamsche aan het eind van de jaren zestig te maken had met veel oplageverlies. Dat maakte het al snel logisch dat beide kranten zouden praten over een fusie – die er uiteindelijk ook zou komen in de vorm van NRC-Handelsblad. Maar aan die fusie ging – getuige een interview met André Spoor, toen mede-hoofdredacteur van het Handelsblad – nogal wat vooraf. Ik citeer:
,,Toen het fusie-besluit eenmaal was genomen, werd van de twee hoofdredacties verwacht dat ze een opzet zouden maken voor de nieuwe krant. Op 28 maart 1970 kwamen we bijeen in een Noordwijks hotel, De Baak, in een conferentiezaaltje half onder de grond. Daar zaten we, zonder enig uitzicht op de werkelijkheid, aan een lange tafel. Aan de ene kant Stempels, Heldring, Wim Guise en hoofdredactiesecretaris Han Moojen van de NRC, aan de andere kant Hofland, Woltz en ik. De stemming liep bij de aanwezigen nogal uiteen. Stempels zei: ‘Ik ben zo vergroeid met de NRC, ik doe niet mee aan de nieuwe krant.’ Maar hij stelde zich bij de fusiebesprekingen heel wijs en loyaal op. Heldring stond wel positief tegenover de zaak. Henk Hofland was daar in Noordwijk nogal gedeprimeerd. Hij zat een tekening te maken, een zeegezicht met twee schepen die al half gezonken waren, de NRC en het Algemeen Handelsblad. Tussen die twee schepen gloorde de dageraad en daarbij had hij geschreven: de nieuwe krant. Maar op de voorgrond staken drenkelingen met een laatste krachtsinspanning hun hand boven water, smekend om hulp. Hij was somber over het hele gedoe, terwijl ik juist dacht: nu gaan we eindelijk voor elkaar krijgen wat allang had moeten gebeuren."
Het was ook niet niks, want het ging niet simpelweg om het in elkaar schuiven van een paar katernen, maar om het samenbrengen van totaal verschillende culturen. In de ogen van Spoor: "De twee redacties 1agen elkaar ook niet. De Handelsblad-redacteuren zagen hun collega’s van de NRC als een groep ambtenaren die met hun rechterhand streepjes onder de hoofdletters van de persbureaukopij zetten en met de linkerhand een boterham uit een trommeltje aten. Maar in Rotterdam zei men: de Handelsblad-collega’s zijn een stel lorren die de hele dag in de kroeg hangen en achter de meiden aan zitten. Beide typeringen waren niet helemaal onjuist. De fusie betekende in ieder geval voor Hofland het einde van zijn hoofdredacteurschap. De herinnering aan Noordwijk, c.q. aan De Baak moet ook toen enige frustratie bij hem hebben nagelaten. En die herinneringen – in ieder geval aan Noordwijk, De Baak bestond toen nog niet – wáren al niet zo heftig en zo vrolijk. Dat dateerde al van vóór de oorlog. In zijn eerdergenoemde ‘Tegels Lichten" staat het zo:
Tussen de twee oorlogen bracht ik de grote vakanties afwisselend in Noordwijk en Knokke/le Zoute door. Noordwijk werd getypeerd door een lange, zanderige boulevard, bebouwd met tochtige hotel-pensions en villa-achtige huizen van fletse baksteen. Het leven was er eenvoudig afgezien van het desperaat en fijngevoelig temmen van een spastische jongen die mij op zijn bagagedrager wilde laten meerijden.
