RAADHUIS

Nicolaas Molenaar was geboren in Sneek in 1850. Hij werd architect, niet omdat hij zich daartoe nu voelde voorbestemd, maar omdat het toevallig zo uitkwam: als zoon van de lokale aannemer werd hij al op jeugdige leeftijd belast met de uitvoering van de bouw van de St. Martinuskerk in Sneek, die ontworpen was door P.J.H. Cuypers. De supervisie van de bouw lag in handen van C.H. Peters, die het later nog zou schoppen tot Rijksbouwmeester. Daarmee duiken 2 namen op die Molenaars carrière verder zouden bepalen. Hij werd door Cuypers, architect van o.a. het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam, ingeschakeld bij de bouw van de vele kerken die Cuypers als rechtgeaard katholiek óók wist binnen te halen bij tal van bisschoppelijke en pastorale prelaten. Maar ook Peters trok aan hem. Molenaar werkte vanuit Den Haag verscheidene jaren bij het bureau van de Rijksbouwmeester, in welke hoedanigheid hij verschillende overheidsgebouwen heeft ontworpen, waaronder enkele universiteitsgebouwen in Leiden. Maar al gauw trok hem het privaat ondernemerschap en vestigde hij zich zelfstandig.

Hij ontving in navolging van zijn leermeester Cuypers veel opdrachten voor katholieke gebedsgebouwen en bouwde zich ook de schompes aan profane gebouwen: tussen 1884 en 1922 mocht hij 19 grote kerkgebouwen op zijn naam zetten, waaronder het Canisiuscollege in Nijmegen (hij had goede contacten met de Jezuïten). Daarnaast bouwde hij hotels, restaurants, woonhuizen, alles in een meer renaissance-achtige stijl (zijn kerkgebouwen waren – geheel in de stijl van die tijd – sterk neogotisch ingekleurd).

Één van zijn eerste opdrachten als kleine zelfstandige kreeg Molenaar van het Noordwijkse gemeentebestuur: de bouw van een nieuw Raadhuis aan de Voorstraat. Op 14 april 1887 werd de eerste steen gelegd door Noordwijks ambachtsheer mr. Frederik Albert Graaf van Limburg Stirum, oom van de toenmalige burgemeester mr. Hendrik Graaf van Limburg Stirum. Het ding kostte alles bij elkaar nog geen 19 duizend gulden (nominaal omgerekend naar de muntsoort van vandaag de dag: 8700 euro!). De bouw van het Raadhuis in Noordwijk – in Hollandse neorenaissance-stijl – legde Molenaar geen windeieren. Van het Roomsch-katholieke parochiebestuur kreeg hij vervolgens opdracht om een naarstige poging te doen de protestanten in ‘Binnen’ op stang te jagen met de bouw van een uitbundig, dit keer neogotisch kerkgebouw dat de ‘Grote’ St.Jeroen naar de kroon moest steken. In Noordwijk experimenteerde hij voor het eerst met een systeem van overwelving dat een minimum aantal pilaren nodig maakte, waardoor een buitengewoon indrukwekkende en weidse ruimte tot stand kwam. De kerk is uiteindelijk in twee fasen gebouwd: het koor en dwarsschip in 1894, het overige gedeelte, inclusief de (afwijkende) torenpartij werd pas in 1926 voltooid.

Zijn bouwactiviteiten aan het raadhuis in Noordwijk had nog een ander staartje, ééntje die in het perspectief van de tijd ook enige bekendheid heeft gekregen. In februari 1887 besloot het gemeentebestuur van Woerden dat men ook daar aan een nieuw raadhuis toe was. De toenmalige burgemeester Schalij dacht wel voor een dubbeltje op de eerste rang te kunnen zitten, ontfutselde zijn Noordwijkse collega de bouwtekeningen van Nicolaas Molenaar en liet de gemeente-architect Cornelis Fluijt de tekeningen aanpassen. Fluijt deed dat op een even simpele als armtierige manier: hij trok de tekeningen gewoon over, zij het in spiegelbeeld. In Woerden kostte het gebouw iets meer dan 23 duizend gulden. 

So far, so good, maar de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst vond de handelswijze van Woerdens burgemeester wat al te kort door de bocht en stelde de zaak in het openbaar aan de kaak. Victor de Stuers, kamerlid en voor alles grondlegger van de Nederlandse monumentenzorg, begon er in 1903 nog over te mekkeren, hetgeen uiteindelijk leidde tot de invoering van auteursrecht op architectonische ontwerpen (De Stuers schroomde niet om burgemeester Schalij “een grooten schalk” te noemen). Overigens werd Molenaar door het Woerdense (R.K.) gemeenteraadslid Hofman persoonlijk gecompenseerd voor deze achenebbisj-streek: Molenaar mocht in Woerden een aantal bedrijfsgebouwen realiseren en uiteindelijk mocht hij in 1892 ook nog de Rooms-katholieke Bonaventurakerk aldaar ontwerpen. Jezuïtisch gedrag over en weer, zou je kunnen zeggen.

Het Raadhuis in Noordwijk en het niet meer als zodanig in gebruik zijnde Stadhuis in Woerden zijn zo in de architectuurgeschiedenis spiegelbeeldig naast elkaar gezet. Nicolaas Molenaar stierf in 1930 in Den Haag. Het moet voor hem hoe dan ook bijzonder zijn geweest, deze affaire, en uiteindelijk misschien ook wel een beetje vermakelijk.

Recenter van datum is overigens de overeenkomst tussen de stadhuizen van Den Haag en van Ulm in Zuid-Duitsland. Beide zijn het werk van de eeuwig zichzelf plagiërende architect Richard Meier, maar goed, die is er tenminste twee keer voor betaald.