foto    Het was een beetje een arremoeig kamerlidmaat-schap, van jhr. Jan Hendrik Jacob Quarles van Ufford (‘s-Gravenhage, 2 juli 1855 – Scheveningen, 27 april 1917). Hij kwam via tussentijdse verkiezingen op 16 februari 1897 de Tweede Kamer binnen (hij versloeg A.Ph.R.C. van der Borch van Verwolde (ARP) overigens na herstemming), maar kon op 21 september van datzelfde jaar al weer inrukken toen hij smadelijk verslagen werd door S. Baron van Heemstra (ook van de ARP). Quarles was wel even als de wiedeweerga lid geworden van de zgn. Vrij-Antirevolutionaire Partij (de mannenbroeders konden ook toen al de rijen blijkbaar niet altijd gesloten houden), maar in 1903 stapte hij over naar de de Christelijk-Historische Partij, later de al even Christelijk-Historische Unie. Bij de Vrije-Antirevolutionairen was hij waarschijnlijk terechtgekomen onder invloed van zijn promotor op de universiteit van Leiden, prof.jhr. B.Ch. de Savornin Lohman (jonkheren onder elkaar).  In de korte tijd die Quarles gegeven was op het groene pluche sprak hij overigens slechts éénmaal: bij de behandeling van het wetsvoorstel financiële verhouding rijk-gemeenten.
 

Of het zinnig was wat hij zei kan ik hier niet nagaan, maar het laat zich raden van wel. Quarles had – na een korte periode in de advocatuur – een verleden opgebouwd als adjunct-commies op het ministerie van Binnenlandse Zaken, werd op 1 mei 1886 burgemeester van Axel en op 15 juli 1890 van Noordwijk. Hij zou tot 1 november 1901 in die functie aanblijven, maar nam toen weer de kuierlatten naar zijn geliefde Den Haag, waar hij als referendaris en later als administrateur weer in dienst trad van Binnenlandse Zaken. Minister Kuyper – Abraham de Geweldige en de Vleeschgeworden, Antieste Revolutionair – benoemde hem naar verluidt persoonlijk op die post. Kom daar nog maar eens om vandaag de dag (hoewel, er zijn nog voorbeelden te over). In 1910 werd hij lid van de Raad van State en in die functie bleef hij hangen tot aan zijn dood in 1917.

Meer kan ik er ook niet van maken: op internet is niet te vinden óf, en zo ja, wát Quarles nu allemaal voor Noordwijk betekend heeft. Hij moet er niet veel mee gehad hebben, want in de periode dat hij aan de Voorstraat in Noordwijk met de burgemeesterketting mocht rammelen was hij tegelijkertijd lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland (voor het kiesdistrict Leiderdorp!) en dus ook nog – zij het kort – lid van de Tweede Kamer (voor het kiesdistrict Hilversum!) Zelfs in 1901 had hij nog de euvele moed opgebracht zich weer kandidaat te laten stellen voor de tweede Kamer (dit keer door het kiesdistrict Steenwijk!!), maar dat mislukte.

Of dat hele Noordwijk interesseerde hem helemaal niente nul komma niks, of je deed zo’n dorp er maar voor de aardigheid bij (er gebeurde toch nooit wat). Hoe het ook zij: Noordwijk is blijvend opgescheept met de Quarles van Uffordstraat, een straat die net zo weinig indruk maakt als zijn naamgever: altijd vol, met auto’s in de zomer en met stuifzand in de winter. 

PS In het kader van de overbodige informatie is het relevant te melden dat Quarles op 29 juli 1886 trouwde met Adriana Maria Rolina barones Collot d’Escury. Te Hontenisse, of all places.