kroon

Prins Willem V Batavus was de vader van de latere Koning Willem I, maar koning is hij zelf nooit meer geworden. Hij was wél – en ook niet mis – Prins van Oranje en Nassau, Vorst van Fulda, markies van Veere en Vlissingen, graaf van Katzenelnbogen, Vianden, Corvey, Dietz, Spiegelberg, Buren en Leerdam, 10de graaf van Culemborg, heer en baron van Breda, Beilstein, Grave en het land van Cuyck, etc., ridder in de Orde van de Kouseband. Erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1751-1795).

Naast de last van deze hoogwaardige titulatuur ging hij ook gebukt onder een volstrekt gebrek aan politiek inzicht en zelfvertrouwen en bezat hij een zwakke wil. Dat had misschien wel te maken met het feit dat hij al op jonge leeftijd zijn vader verloor en sindsdien lange tijd onder voogdijschap stond van Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolvenbuttel, bijgenaamd “De Dikke Hertog.” Aan dat voogdijschap kwam na veel scandaleus gedoe pas in 1784 (!)  een eind, maar toen stond Willem dan ook hulpeloos in de samenleving waaraan hij geacht werd tenminste enige leiding te geven. Hij doet erg zijn best, maar het schiet allemaal niet erg op: als het op een gegeven moment tot ongeregeldheden in het land komt en de Prins niet ingrijpt, ontnemen de Staten van Holland hem in 1785 het commando van het Haagse Garnizoen, zo ongeveer zijn laatste dignitaire strohalm. Als de Fransoos tenslotte in 1795 het hele land inlijft is het ook met de prins gedaan en vertrekt hij – gelijk zijn nazaten 150 jaar later zouden doen – stiekem en overhaast naar Engeland. Hij vertrekt vanaf het Scheveningse strand met de weinig profetische woorden:”Ik ga maar ik kom weder”.

Als balling leefde hij eerst in Engeland op Hampton Court later op zijn stamkasteel Nassau. Als hij in 1806 zijn dochter Louise te Brunswijk bezoekt overlijdt hij en wordt daar begraven. In 1958 wordt het stoffelijke overschot overgebracht naar Nederland en bijgezet in het familiegraf in de Nieuwe Kerk te Delft. Over ‘wederkomst’ gesproken.

Nou ja, deze Kroonprins mocht van geluk spreken dat hij het nog tot 1806 uit kon zingen. Uit een bericht in de Leeuwarder Courant van 15 augustus 1789 kunnen we opmaken dat de Prins op 8 augustus 1789 na de lunch gebruikt te hebben op Kasteel Leeuwenhorst bij Noordwijkerhout met koets en al in de Maandagsche Wetering verdween tussen Noordwijk en Katwijk. Er zal door alle betrokkenen wellicht iets te flink gepimpeld zijn en ook de peerden moeten iets van de alcoholische dampen hebben opgesnoven, want zo ingewikkeld was de weg tussen Noordwijk en Den Haag nu ook weer niet. Willem moet als een verzopen kat weer zijn opgedregd, maar hij overleefde tenminste. Ik citeer het bericht uit de Leeuwarder Courant:

‘s-GRAVENHAGE den 9 Augusty. Gisterenavond is de Koets, waar in Zyne Hoogheit de Heer Prins van Oranje, terugkeerde van Leeuwenhorst, alwaar Hoogstdezelfde het Middagmaal by den Heer van Starrenburg gehouden had, gevallen in de Wetering tusschen Noordwyck en Katwijk; doch men kan het Publyk informeren, dat noch Zyne Hoogheit, noch de Heeren, die met Hoogstdenzelven in het Rytuig zaten, noch eenig Persoon van Zyner Hoogheits Gevolg eenig letzel daar door gekregen hebben.

Wel besloot de Prins de volgende dag om God op zijn blote knieën te gaan bedanken voor zijn redding uit dat duivelse Noordwijkse water, want – zo leert hetzelfde bericht:

“Heden morgen heeft Zyne Hoogheit den Godsdienst bygewoond in de Klooster Kerk, onder het gehoor van Do. Regleth, en ‘s-Namiddags in de Fransche Kerk onder het gehoor van Do. Guicherit.”