De Nederlandse posterijen hadden in het verleden een ander poststempel in gebruik dan de gangbare, waarop keurig plaats van ver-zending, datum en soms uur staan vermeld. Dat was o.m. ook het doel van een poststempel: laten zien waar de brief of kaart vandaan kwam. Maar er was nog een ander doel: om te voor-komen dat bijdehande centenbeknibbelaars postzegels zouden afweken en opnieuw voor gebruik zouden aanwenden, moest een zegel – als-tie eenmaal gelopen had – vernietigd worden. Het stempel diende dus ook tot ontwaarding.
Tussen 1869 en 1893 gebruikte de post een ander stempel, het zogenaamde puntstempel. Het ding beeldde niet meer af dan een paar punten alsmede een nummer. Dat nummer was geheimtaal: ieder nummer stond voor een specifiek postkantoor ergens in den lande. Ze werden gemakkelijk – want alfabetisch – verdeeld in 1869: nummer 1 stond voor Alkmaar, nummer 135 stond voor Zwolle. Noordwijk kreeg nummer 80.
Bijgaande postzegels waren dus door iemand in Noordwijk op een kaart of een brief gelikt. Het is jammer dat iemand anders ze er weer van af heeft gestoomd en dat de bijbehorende poststukken verloren zijn gegaan. Want – in weerwil van wat fanatieke filatelisten ook mogen beweren – een mooie handgeschreven kaart of brief, met een adres erop en een afzender is historisch gezien van meer belang dan een enkel zegeltje met een stempeltje erop.
De onrwaardingsfunctie van het poststempel werkte overigens in beide gevallen nog lang door: volgens mijn NVPH-catalogus uit 2002 zou de blauwe zegel – ongestempeld – nu 100 euro waard zijn. Maar door de vernietigingsdrang van een klerk op het Noordwijkse postkantoor ergens rond 1875 werden die 100 pegels met één harde klap teruggebracht tot een schamele 3. Met de andere zegel is het nog erger gesteld: die zou ongestempeld nu zo’n 540 euro hebben opgebracht, maar door dat vermaledijde stempel erop komt-ie nu uit op niet meer dan 650 armzalige eurocénten.
