fotofotoDe Nederlandse kennis op het gebied van telecommunicatie was voor de oorlog al goed ontwikkeld. De PTT beschikte op dat moment dan ook over kennis die de Duitsers nog niet hadden. Kroonjuwelen op dat gebied waren de installaties van Radio Kootwijk (inclusief de ondersteunende post Nora in Noordwijk) en de afluisterapparatuur die de PTT samen met Philips had ontwikkeld voor o.a. de Nederlandse Marine. Maar ook had het Radiolaboratorium van de PTT een methode ontwikkeld waarbij de spraak onverstaanbaar wordt voor een radioluisteraar. Sinds 1931 werden de gesprekken met het toenmalige Nederlands Indië afgewikkeld via een geheimtelefonie-installatie. Het gesproken woord werd ‘omgekeerd’. De hoge tonen werden omgezet in lage tonen en andersom. Aan de ontvangende kant werd de omkering weer ongedaan gemaakt. Al deze ontwikkelingen vonden plaats onder de bezielende leiding van de Delftse hoogleraar Klaas Koomans, die zowel in binnen- als buitenland beschouwd werd als een autoriteit op het gebied van radio telegrafie. Maar Koomans zou – gewild of ongewild – nog een zure bijdrage leveren aan de activiteiten van de zogenoemde Forschungsstelle Langeveld. 

De Minister van de Reichspost onder Hitler was Wilhelm Ohnesorge (foto). Hij ontwikkelde voor Hitler het Forschungsamt, een afluisterdienst die op het hoogtepunt van de oorlog alleen al 40.000 telegrammen per dag kon verwerken. Ohnesorge besloot dat Nederland, gezien zijn ligging, uitermate geschikt was voor het afluisteren van de communicatie tussen de geallieerden onderling. In mei 1941 kwam Ohnesorge naar Nederland, zogenaamd om nieuwe posttarieven te bespreken. In werkelijkheid reisde hij naar Noordwijk, waar in een voormalige Jeugdherberg de Forschungsstelle Langeveld was gevestigd. Deze Forschungsstelle stond onder leiding van de Duitse ingenieur Kurt Vetterlein, een vriend van Klaas Koomans. Deze wist via Koomans niet alleen beslag te leggen op de in Nederland aanwezige kennis, maar kreeg ook de beschikking over de modernste apparatuur vervaardigd door Philips en geïnstalleerd met hulp van het PTT laboratorium van Koomans, eveneens gevestigd in Noordwijk. Op 7 september 1941 slaagde Vetterlein er met zijn Duitse whizzkids in om het eerste gesprek tussen Britse diplomaten in Londen en Washington op te vangen. Gedurende de bezetting verhuisde dit laboratorium achtereenvolgens naar Valkenswaard en het nabijgelegen Geenhoven waar in december 1943 een zwaar beveiligde bunker werd betrokken.
 
Ohnesorge was zo succesvol met deze afluisterpraktijken, niet in de laatste plaats ook in de ogen van Reichsführer Adolf Hitler, dat hij een tijd lang zijn naam ook als Leidmotiv voor zijn gemoed kon hanteren. Op dat succes had hij ook al op voorhand gespekuleerd: in na de oorlog opgedoken papieren maakte hij al op 12 augustus 1940 voor het eerst melding van een speciaal project van de Reichspost in Nederland. ‘Es wird uns hiermit über unsere normale dienstlichte Tätigkeit hinaus (gewoon de post verzorgen en de telefoon laten werken) eine besondere Aufgabe von grosser Wichtigkeit übertragen’, deelde Wilhelm Ohnesorge met vooruitziende blik mee. 

Na de bevrijding kreeg Koomans in ieder geval de Nederlandse zwarte piet toegeschoven: bij de PTT werd hij – weliswaar eervol – ontslagen, maar als hoogleraar werd hij geschorst. In oktober 1945 stierf hij als een verbitterd man aan een hartaanval, om in 1998 gerehabiliteerd te worden door de journalist Hans Knap in zijn boek ‘Forschungsstelle Langeveld: Duits afluisterstation in Nederland’. 

Ohnesorge kreeg helemaal geen zwarte pieten toegeschoven, hoewel er nog even sprake was van zijn betrokkenheid bij de ontwikkeling van een Duitse atoombom, in het midden van de oorlog, waarvoor Ohnesorge – blijkbaar een hobbyist bij uitstek – gemakshalve ook maar de diensten van de Deutsche Reichspost had ingeschakeld. Maar het liep allemaal met een sisser af. Wilhelm Ohnesorge stierf pas op 1 februari 1962 in München, naar verluidt nog steeds zonder zorgen.