Ik heb wel eens eerder gememoreerd dat Noordwijker Kees Passchier zich op 27 februari 1942 op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plek bevond: hij was als marinier aan boord van Hr. Ms. Java, toen dat schip – in de ‘Javazee’ of all places – door de Jappen werd getorpedeerd en hulpeloos naar de bodem zonk. De fatale torpedo was afkomstig van de Japanse kruiser Nachi, 491 van de 512 opvarenden kwamen om, onder wie dus ook Kees Passchier. Hij was toen 22 jaar oud.

In 2002 werd het wrak van de Java door amateurduikers in de buurt van het eiland Bawean gevonden. Kort daarna dook de – geroofde – scheepsbel van de Java op, waarbij de Nederlandse regering gelukkig in staat bleek die bel terug te bemachtigen. Zij staat nu tentoongesteld in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg als een eerbetoon aan de omgekomen bemanning van de Java.

Op 15 november 2016 werd door de Nederlandse overheid echter bekendgemaakt dat het wrak  helemaal verdwenen is van de oorspronkelijke vindplaats. Aangenomen wordt dat het wrak door een Aziatisch bergingsbedrijf is geruimd om het schrootijzer te verkopen. Aangenomen mag ook worden dat de Indonesische regering van deze misdadige praktijk op de hoogte is geweest, want een gezonken oorlogsschip haal je niet op een achternamiddag even boven water. Maar de Indonesiërs hullen zich in een waas van schijnheiligheid. De misdaad betreft natuurlijk vooral de pure grafschennis die door het falderappes is gepleegd, want het wrak van de Java werd door de Nederlandse regering altijd terecht gekoesterd als een zeemansgraf.