De Coupe Fernand Canelle was de beker die toekwam aan de winnaar van het drielandentoernooi Nederland, België  en Frankrijk voor nationale zaterdagelftallen. De beker was vernoemd naar Fernand Canelle, een Franse voetbalinternational en voetbalbobo, die tijdens de oorlog in het verzet ging en dat met de dood moest bekopen. Canelle schaamde zich er niet voor om ook op zondag te voetballen, iets wat de meeste spelers van het Nederlandse zaterdagelftal toch tegen de borst had moeten stuiten.

Noordwijker Piet van der Lippe had er geen moeite mee, want hij deed extra zijn best, speelde in de finale van het toernooi tegen België een uitmuntende partij en scoorde twee keer. In het verslag van de Nieuwe Leidsche Courant was het Piet vóór en Piet ná. Vooral ‘na’, want de wedstrijd was nog niet afgelopen of Van der Lippe werd benaderd door scouts van de Belgische eredivisonist La Gantoise uit Gent. Het leverde hem een mooi contract op in den Bels en een afscheid van de v.v. Noordwijk. Dat afscheid zal hem niet zwaar zijn gevallen, want hij had het wel vaker gedaan: Van der Lippe speelde verschillende seizoenen voor Noordwijk, maar nam tussentijds ook wel eens de kuierlatten naar RCH in Heemstede (waar hij nog in één elftal voetbalde met de latere minister Bram Peper) én naar UVS in Leiden. Bij La Gantoise (ook wel KAA Gent)speelde hij twee seizoenen en bouwde toen af bij de Royal Racing Club Wetten-Kwatrecht, een club, waarmee hij ergens tussen Gent en Aalst diverse weilanden dusdanig onveilig maakte, dat koeien er tot op de dag van vandaag geen melk meer geven.