ter2

Ene Frits ter Woort beklaagde zich op 11 juni 1945 bij zijn vorige huisbaas in Den Haag over het feit dat hij ‘wederrechtelijk’ zijn huis aan de Mient in Den Haag was uitgezet, dat vervolgens was verhuurd aan een Gestapo-man. Hij had om onverklaarbare redenen inmiddels een huis toegezen gekregen door de Burgemeester van Noordwijk aan de Quarles van Uffordstraat in Noordwijk aan Zee. In zijn brief vroeg hij alsnog opheldering over deze voor hem blijkbaar onverteerbare gang van zaken.

ter1

Eenmaal in Noordwijk aanbeland schreef hij een nieuwe brief, ditmaal aan de Vertrouwensraad der Illegaliteit in Noordwijk, een gremium dat was samengesteld uit de heren Van der Meulen, Roeleveld, Baalbergen, alsmede aan de eerwaarde kapelaan Groenendijk. Ter Woort nam het blijkbaar op voor iemand die meende als ‘illegaal werker’ tijdens de oorlog recht te hebben op een vergoeding voor illegale werkzaamheden.

De Vertrouwensraad kon er niet veel mee en vond dat het niet op haar weg lag hier een oordeel te vellen over wie nu wel of niet een ‘illegaal werker’ was. Zoals blijkt uit een aantekening op de brief ging het om Tony van der Holst (de melkboer, neem ik aan):

Ik ben van mening dat als Tony van der Holst niets anders gedaan heeft, dan de ritten, waarvoor hij zoo overdreven veel rekent, hij niet als illegaal werker kan worden beschouwd. Wie wel als I.W. kunnen worden aangemerkt, ligt buiten onze beoordeling.

De toon van de brieven van Frits ter Woort verraadt enige hooghartigheid en is niet vrij van een zekere querulant gehalte. Van Ter Woort is verder op internet niet veel terug te vinden, behalve dan een artikeltje van zijn hand dat zich bevindt in de archieven van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond . Het artikeltje is geschreven onder de titel “Zondagrust en gezinsleven verder in het gedrang” en het laat zich raden waar het over gaat.