Tweede Kamerleden (en niet de geringsten)  maakten zich in november 1938 zorgen over de mogelijke lintbebouwing aan de Noordwijkse kust. Aanleiding was blijkbaar de  verkoop door het Rijk van duingronden ten noorden van de Vuurtoren aan de gemeente Noordwijk. Volgens de minister van Financiën viel het allemaal wel mee, zou de gemeente Noordwijk er geen potje van maken en was een stuk van het duin toch al vertrapt door – waarschijnlijk bramenzoekende – autochtonen.