rogge

Op invaluable.com verschijnt een mooi lot: een bordspel onder de titel “Reize van den jongeling Agathon naar het Land van Geluk. Een allegorisch verhaal.” Het spel betreft een reis van “De Baai van Onwetendheid” via “De Zee van Ondervinding” naar “het Land van Geluk.” Onderweg zijn er natuurlijk allerlei moeilijkheden te overwinnen.

Het bordspel met begeleidende tekst was ontworpen door Cornelis Rogge (1761-1806), een remonstrantse prediker, die beroepen was te Noordwijk (van 1787 tot 1790) en later nog in Berkel en in Leiden (waar hij tenslotte stierf en zijn eigen “Land van Geluk” kon binnen treden, hoewel: hij werd – of all places – in Kátwijk begraven!). Hij wordt in verschillende beschrijvingen “een  talentvolle en ongemeen werkzame man” genoemd, die niet alleen tal van theologische verhandelingen schreef, maar ook geschriften die meer op de jeugd waren gericht. Hij ontpopte zich ook als geschiedschrijver van de Bataafsche Republiek, “hoewel niet vertrouwd met de geheime roerselen der staatkunde.”

We gaan over de verdere achtergronden van Cornelis Rogge te rade bij de Wikipedia:

Rogge werd geboren als zoon van de hervormden IJsbrand Rogge en Johanna van Orsshagen. In 1778 ging hij studeren aan het Remonstrants Seminarium te Amsterdam waar hij in 1783, zonder examens te hebben hoeven afleggen, proponent werd en vanaf 1787 predikant was, vanaf 11 mei 1794 te Leiden. Hij werd gewaardeerd, ook postuum, als predikant en zijn leerredenen werden na zijn overlijden uitgegeven. Rogge was een patriot, bovendien een groot voorstander van de scheiding van kerk en staat en interesseerde zich voor de eerste geschiedenis van de Nederlandse republiek na 1795. Hoewel hij geen historicus was, heeft hij zich in die geschiedenis verdiept, daarbij zich zoveel mogelijk baserend op primaire bronnen. In 1796 resulteerde dat in zijn werk Tafereel van de geschiedenis der jongste omwenteling in de Vereenigde Nederlanden terwijl in 1799 zijn belangrijke werk Geschiedenis der staatsregeling, voor het Bataafsche volk verscheen. Rogge was voorts een voorstander van de staatsarmenzorg in plaats van de kerkelijke armenzorg en was van mening dat dat de staat ook niet veel hoefde te kosten.

Kortom: hoe hebben die Noordwijkers van toen zo’n talentvolle voorganger kunnen laten gaan?