jo

Good Old Jo van der Lippe  is in Noordwijk vooral bekend als de man die al meer dan 50 jaar rondvaarten verzorgt vanaf het Noordwijkse strand én als bemanningslid van de oude Kurt Carlsen. Onder meer voor die verdiensten ontving hij enkele jaren geleden de Zilveren Erespeld van de gemeente Noordwijk en dat was mooi en terecht. Minder bekend is dat Jo mee deed met de legendarische Elfstedentocht van 18 januari 1963, de Tocht der Tochten, waarbij slechts een paar dapperen de finish wisten te halen, Reinier Paping als eerste.

Op de site van Rotary Noordwijk doet hij zelf verslag van die tocht en het is een even dramatisch als – bij vlagen – ook hilarisch verhaal. Van der Lippe was eigenlijk slecht voorbereid op de tocht. Hij had wel eens meegedaan aan een paar Merentochten en startte ook wel eens met zijn broer Piet bij het Schie of het Westend voor een rondje Katwijk of Oegstgeest. En rondjes op Casino als de tennisvelden waren ondergespoten en beijst.

De tocht werd na vele eerdere aankondigingen uiteindelijk verreden op vrijdag 18 januari 1963. Jo vertrok op de 17e samen met twee andere Noordwijkers, Arie Vink en Teun van Duin, met de trein naar Leeuwarden en schreef zich daar ter plekke in voor de wedstrijd. De mannen namen niet meer mee dan een paar schaatsen (uiteraard), wat extra ondergoed, een hemd en een T-shirt, een dikke trui, een tricot gebreide schaatsbroek, Noorse wollen wanten en een schaatsmuts. Een zemen lapje in de onderbroek ter bescherming van de edele delen en kranten voor de borststreek. Een oude fietsband deed dienst als bescherming van de ijzers bij het klunen en een paar klompsloffen.

Na een slechte nachtrust op een logeeradres in Leeuwarden ging het om 6 uur ’s morgens los in vrijwel totale duisternis (een zaklampje hielp niet veel en de fakkels langs de aanloop brachten ook niet veel licht). Het pikkedonker in onder een straffe, ijskoude wind. Al snel waren er valpartijen, Jo kneusde zijn duim bij zo’n val, maar ging door. In het donker kwam hij tussen al die duizenden schaatsers dorpsgenoot Jan Alkemade tegen, die druisig bij een kopgroep wilde aanhaken. Jo niet, die reed zijn eigen tempo (en wilde liever wachten tot het licht werd).

Aanvankelijk ging het wel goed. Jo beschikte over een uitstekende conditie, er bevroor nog niks (gezicht ingesmeerd met vaseline, maar geen bril) en de schaatsen waren nog heel. Maar het werd langzaam minder en minder. Koude tenen, ogen die pijn deden, last van de rug. Na 77 kilometer kwam Jo in Hindeloopen aan en nam daar een paar tellen rust. Daar hoorde hij dat hij al flink achter lag op de koplopers en waarschijnlijk sowieso te laat zou binnenkomen voor een Elfstedenkruisje. Ook hoorde hij van botbreuken, bevriezingen en ander ongerief en dat verder rijden eigenlijk onverantwoord was.

Jo gaf op.

Hij kreeg van aardige Friezen een portie hachée aangereikt en werd op de trein gezet naar Leeuwarden. Vandaar spoorslags door naar het Westen, naar Noordwijk om nog vóór middernacht thuis te zijn. Samen met Jan Alkemade, die de kopgroep nog wel bereikt had, maar vervolgens moest afhaken, met Arie Vink die al eerder was opgehouden en met Teun van Duin die nog tot Workum gekomen was. Kleding en schoeisel waren in de Frieslandhal tussen de grote hopen spullen niet meer terug te vinden. Jo kwam op zijn klompensloffen thuis.