unnamed

De gedichten van Albert Verwey zijn enigszins in het ongerede van deze tijd  zoekgeraakt, wat erg jammer is. Men komt ze nog maar weinig tegen. Ik heb in eerdere blogs al wel dichtwerk van hem naar voren gehaald, maar onderstaande nog niet. Ik stel me voor hoe hij op zijn werkkamer in Villa Nova op het hoge duin aan de Nieuwe Zeeweg worstelde met de woorden of juist niet. Een ontroerend gedicht. Het was naar verluidt het lijfgedicht van wijlen Joop den Uyl. Maakt het er alleen maar mooier op.  Vooral die ene strofe: “Aanvaard uw taak, volvoer haar stil: Heb lief en hoop en wees bereid.”

Gij en wij saam…..

Wie is zo sterk dat hij de chaos temt?
Wie kan het leed zien zonder schreiende ogen?

Niet wij:
maar juist daarom voelen wij ons voorbestemd
Tot rustloos pogen.
Gij en wij saam, wij moeten doen,
Niet overwijs, niet over-koen,
Naar ons vermogen.
Wie waarlijk leeft, heeft in zijn hart
Een onvernietigbare veer,
Een stille kracht, die iedere weerstand tart.

Noem ons haar naam: spreek uit en leer
Wat sterker is dan ramp en smart.

Geen leer, geen naam: alleen de wil
Sterker te zijn dan leed en tijd,
Aanvaard uw taak, volvoer haar stil:
Heb lief en hoop en wees bereid.

Boven het leed, boven de tijd
Verrijst het onvervaard gemoed
Dat weet, dat iedere mensheid lijdt,
Maar draagt zijn leed en doet wat moet.

Boven de tijd, boven het leed
Heft zich de goede en schone daad,
Die klein mag zijn, want elk mens weet
Dat hij voor kleine taken staat.

Klein zij de taak, maar sterk de wil
Die haar met vaste trouw volvoert,
Wie zo doet heeft in zich zijn spil
Waaraan geen ver’re chaos roert

Als dan elkeen in eigen kring
Zo werkt, strek dan Uw handen uit
En reikt ze, tot in groot’re kring
De bond van broederschap zich sluit.

Sluit aan tot ge als een enig volk
De tijd weerstaat die rukt en rijt,
Ontredt aan wolk en warrelkolk
De schoonheid van een nieuwe tijd.