
Ik weet niet precies meer hoe dat zat. Maar in Noordwijk was vroeger een pelotonnetje fans van de voetbalclub Volendam. Mannen die alle opstellingen konden dromen en die op zondag in alle vroegte, sommigen met de brommer, naar Volendam togen om de wedstrijd te zien en om met een pondje paling weer terug te komen.
Als ik bij mijn vader dweepte om een keer naar Feijenoord te gaan (mijn facoriete club), bewilligde hij daarin alleen in de gevallen van Volendam-Feijenoord en Feijenoord-Volendam. Triest genoeg, want juist in die wedstrijden was mijn grote idool, Coen Moulijn, nooit op dreef. Die kreeg tegen Volendam altijd Klaas – De Blubber – Karregat tegenover zich, een non-speler die te stom en te traag was om in een schijnbeweging te trappen (en daar moest Moulijn het juist van hebben).
Kortom, mijn ervaringen met Volendam waren niet om over naar huis te schrijven. Ik had alleen respect voor Dick – De Knoest – Tol, een prachtige speler, fier en onverzettelijk en met een prachtige koptechniek.
Een jaar of vijf geleden was ik voor het laatst op Volendam. Jongste zoon moest er spelen met de C2 van ADO/Den Haag tegen de C2 van Volendam. ADO won met 1-5 (en werd dat seizoen landskampioen!). Jongste zoon die als nummer 3 vastgespijkerd moest staan op eigen helft luisterde één keer niet naar de trainer en ging mee naar voren en scoorde.
In de rust zag ik dat er in de kantine een mooi portret hing van wijlen De Knoest (die onbegrijpelijkerwijze gestorven is op 39-jarige leeftijd). Ik zag de geest van De Blubber en de wanhoop van Coen Moulijn. Ik zag mijn vader juichend bij ieder doelpunt van Volendam (ook tegen Feijenoord, het sneed door mijn ziel). En ik bedacht dat met dat ene doelpunt van zoonlief tegen Volendam opeens alles was goedgekomen. Alles wat krom was, was opeens weer recht.
Dat ene doelpunt is nog steeds op internet te zien:

Altijd leuk, zoiets.