De meeste bollenboeren hadden er wel één: een Agria. Het was een multifunctioneel apparaat, waarmee je de grond een beetje kon omwoelen en eggen én dat ook dienst kon doen – met een aanhangwagen aangekoppeld – als vervoermiddel, c.q. vrachtwagen.

Hij maakte een wat pruttelend geluid. Als-tie al geluid maakte, want het was nog een hele toer om hem aan de praat te krijgen. Je moest een band om de allervoorste cilinder draaien en er dan hard aan trekken. Een soort slinger, maar dan anders. Gas geven deed je met een hendeltje links aan het stuur, remmen met de handremmen ter weerszijden. Het stuur kon je schuin zetten, zodat je niet weer direct over het net aangeharkte land hoefde te lopen. In het doosje op het stuur zaten wat hulpmaterialen, waarvan de staalborstel en bougiesleutel de belangrijkste waren, want de bougies waren het meest kwetsbaar van al.

Ik heb er als kind ook wel eens achter gelopen totdat de machine zijn eigen goddelijke gang ging en ik huilend moest afhaken. In het dorp zag je ze ook wel rijden met zo’n aanhangwagen erachter. Een vent erop met een alpinopet, een uitgeblust sjekkie of sigaar in de mond. Manden met bollen achterop.

Agria – geloof het of niet – bestaat nog steeds