Ik geloof niet dat deze ingekleurde foto per se in Noordwijk geschoten is, maar het beeld zou daar zeker niet misstaan. Alle bollenboeren hadden vroeger dit soort van hooibergen. Ik had een oom die sprak van ‘hooibargen’, maar meestal werden ze ‘rietschelven’ genoemd.
 
Het hooi of het riet werd gebruikt om in de winter de bloembollen toe te dekken tegen de vorst. In andere jaargetijden werd het allemaal opgetast  in bergen, bargen of schelven.
 
’s Zomers kwam het wel eens voor dat zo’n schelf spontaan in de hens ging. Dan was het ding niet helemaal goed opgebouwd, was er te weinig ontluchting en ging het broeien. De warmte kon zo hoog oplopen dat de hele schelf ontbrandde en alle hooi of stro naar de filistijnen ging. Er waren wel specialisten (Huub Heemskerk was er één) die – als de schelf al stond te dampen – een dreigende vlammenzee konden voorkomen door op de juiste plekken luchtgaten te maken. Dan kon de warmte simpel ontsnappen en hoefde de bollenboer niet te vrezen voor een deficit op zijn begroting.
 
Want het het kostte wel een hoop geld, zo’n barg. Of zo’n schelf.