Het is de achterste wagon, de aanhanger van de tram die op 6 januari 1959 van Noordwijk op weg was naar Den Haag en er in de bocht van het Stationsplein naar de Stationsweg in Leiden mee ophield. Sommige trams hadden helemaal geen goesting in een ritje naar Den Haag. Die vonden Leiden al ver genoeg en keerden bij het huidige belastingkantoor als de pieten weer om naar Noordwijk.
 
Dit was er zo ééntje. Toen-die merkte dat de machinist plotseling de stad in draaide op weg naar Voorschoten, Voorburg en Den Haag worstelde hij zich met alle macht uit de rails en parkeerde zichzelf op het perronnetje zelf. “Zoek het maar uit”, dach-tie bij zichzelf en dat deden de toegesnelde arrebeiders van NZH-infrastructuur subiet.