De gerbera is volgens overleveringen in 1737 ´ontdekt´ door de Leidse botanicus Gronovius, die de bloem vernoemde naar een Duitse arts – Traugott Gerber – die bloemetjes verzamelde voor de Tsarina aan het Russische Hof.  De bloem komt oorspronkelijk uit Azië of Zuid-Amerika of Tasmanië, of uit alle drie tegelijk, daarover zijn de overleveringen nu weer niet helder.
 
De belangrijkste gerbera was de Gerbera Jamesonii, vernoemd naar een Zuidafrikaanse kweker, die de soort naar Europa exporteerde. De huidige gerberasoorten stammen vrijwel allemaal van deze ene plant af. Net toen de soort op grotere schaal gekweekt ging worden, brak de Tweede Wereldoorlog uit en de handel – en ook de kwekerij – van bloemen stortte ineen.
 
Op een prachtige site, waarop chronologisch alles over de gerbera wordt verteld, staat geschreven dat na de oorlog twee firma’s een nieuwe impuls aan het kweken van gerbera’s gaven: Van Staveren in Aalsmeer en Alkemade en Zonen in Noordwijk. Er zijn – dat moet gezegd – veel Alkemades in Noordwijk en een veelvoud van zonen van Alkemade, dus ik weet niet welke firma ik hier nu precies in het vizier moet nemen. 
 
Nieuwe kweekmethoden hebben ertoe geleid dat er sindsdien weer veel nieuwe soorten zijn ontwikkeld. Inmiddels zijn er zo’n 700 verschillende in totaal.