Het is van een onderdanigheid en kruiperigheid waar je geen weet van wil hebben. Blijkbaar vonden 136 inwoners van Noordwijk dat een onbekend aantal hunner medeburgers zich ernstig misdragen had door ‘met smadelijke kreten’ het Huis van Oranje te honen. En dat alles ook nog eens bij gelegenheid van de viering van 300 jaar ‘onafhankelijkheid’ op 1 april 1872. Blijkbaar werd de inval van de Watergeuzen in Den Briel hier gemarkeerd als het begin van de Nederlandse onafhankelijkheid, want dat was de enige gebeurtenis die op 1 april 1572 plaatsvond (Alva verloor zijn bril).
 
Noordwijkers met tenminste een beetje historisch besef zouden denken dat die Geuzen toch een stelletje falderappes vormden, die er  in de aanloop naar ‘de bevrijding’ niet voor terugdeinsden om ook in Noordwijk plunderend rond te gaan. Jan van der Does, Janus Dousa, Heer van Noordwijk nam voor dit gespuis de kuierlatten naar Leiden en liet zijn gehavende en beroofde onderdanen even gemakkelijk als lafhartig in de steek.
 
Er zullen in het hongerlijdende Noordwijk van de 2e helft van de 18e eeuw begrijpelijkerwijze vele ingezetenen zijn geweest die helemaal niks ophadden met een orangistisch feestje van de gegoede burgerij tot meerdere eer en glorie van een koning die zich op zijn zachtst gezegd als een verlicht despoot gedroeg. Ze zullen redenen genoeg hebben gehad voor een heuse opstand en vuilbekkerij aan het adres van de gevestigde orde.  Ik ben razend benieuwd naar hun boosheid, hun beweegredenen en naar wat er nu allemaal precies was voorgevallen. Daarvan rept het Leidsch Dagblad niet. Maar de gegoede burgerij schaamde zich er in elk geval niet voor om in larmoyante bewoordingen veel stroop in de baard des konings te smeren en trouw te zweren aan de ‘doorluchtige’ Oranjes en een grondwet waarin het gewone volk niet eens een stem had.  
 
Het ongenoegen van de ware Noordwijker werd blijkbaar niet doorgezet: hádden ze zich maar als Geuzen apres la lettre gedragen, wáren ze werkelijk maar opgestaan tegen de knoet van de kapitalistische notabelen en een uitbuitend koningshuis.
 
Wáren ze maar werkelijk onafhankelijk geweest.