foto 

Villa Nova moet volgens de zoon van Albert Verwey, Gerlof, gebouwd zijn rond 1860-1870 als buitenhuis. Opdracht ertoe was gegeven door ene professor d’Ablaing uit Leiden. De enige “professor d’Ablaing” die ik kan vinden was Mr. Willem Matthias d’Ablaing van Giessenburg, geboren te Batavia op 29 augustus 1851. Hij was op zijn 18e gaan studeren in Leiden, promoveerde er op 29 juni 1877, was er vanaf 1 december 1879 lector in het Romeins Recht en werd er op 31 mei 1882 hoogleraar. En hij overleed al vrij kort daarna, op 28 mei 1889, ook in Leiden, en werd dus maar 38 jaar.

De gedetailleerde data suggereren dat er veel over Willem Matthias d’Ablaing bekend is, maar het tegendeel is waar. Google vindt wel wat verwijzingen naar de goede man, maar die betreffen dan hooguit enkele door hem geschreven wetenschappelijke werken en niet meer.

Volgens Gerlof Verwey was de reden voor de bouw van de villa op die plek de gezondheidstoestand van de vrouw van Willem Matthias. Zij heette met haar voornamen Josephine Henriette en toch werd de villa aanvankelijk “Louise” gedoopt. Of ze een dochter hadden die zo heette is niet bekend, noch of ze überhaupt een dochter hadden.

Als het al déze “d’Ablaing” was die de villa liet bouwen – en dan nog als vakantiehuis – dan moet hij een bemiddeld man zijn geweest. Zijn adellijke afkomst suggereert dat hij dat ook was, maar toch. Als de villa pas in 1870 was gebouwd, zou Willem Matthias toen pas 19 jaar oud zijn geweest, hij was pas één jaar student en hij zou bovendien al getrouwd zijn geweest. Alles kan, maar we moeten niet overdrijven.

Denkbaar is dat ik op het verkeerde spoor zit met deze Willem Matthias, denkbaar is ook dat Gerlof Verwey een misrekening maakte en het huis pas rond 1880 op het hoge duin verrees. Zonder tegenbericht houd ik het maar op het laatste: Willem Matthias was toen net lector en bijna hoogleraar: de toekomst lag voor hem open en hij investeerde erin, zij het niet voor lang.

Albert Verwey kwam in 1890 naar Noordwijk en betrok toen – een jaar na de dood van Willem Matthias d’Ablaing, het “huis dat op de helling leit van ’t duin”. Het was – hoe mooi en voornaam ook – een relatief klein huis voor de omvangrijke kinderschaar die Albert Verwey en Kitty van Vloten er zouden stichten. Er werden aanbouwsels tegenaan geplakt, waaronder de erker die op de foto naar voren steekt. Die aanbouwsels kwamen – met de villa zelf – in zijn gedichten terug:

De storm staat om het huis en slaat de planken

Van ’t staldak af en breekt lantaarens stuk,

De vloeren onder onze voeten wanken,

En schudden doen wij zelf met ruk op ruk.

Mama ligt ziek te bed.

De wind wordt sterker

Mijn dubble ramen buigen voor de druk.

Straks vliegt het dak naar Katwijk en mijn erker

(Meer is het niet) bezorgt me een ongeluk.

Huis en erker zouden nog blijven staan tot het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Villa Nova zou alle stormen trotseren, het dak kwam nooit in Katwijk aan en met de erker was ook niks mis. Het was de gemeente Noordwijk (“Sloopwijk aan Zee”) die met weinig historisch besef en nog minder zorg voor haar gebouwde en ongebouwde erfgoed er de sloophamer lustig liet rondslingeren om ruimte te maken voor een even modernistische als karakterloze bungalow.

Er is een mooi boekje dat de geschiedenis van “Villa Nova” en van haar illustere bewoner Albert Verwey op liefdevolle en informatieve wijze beschrijft: “Mijn Huis dat op de Helling leit van ’t Duin: Albert Verwey en Noordwijk”. Het is geschreven door Thijs den Otter en het is antiquarisch nog wel verkrijgbaar. Veel van dit stukje heb ik aan dit boekje ontleend.