De beide foto’s aan de linkerkant heb ik wel eens eerder gebruikt. De foto aan de rechterkant biedt een ander perspectief. De huizen staan aan het absolute eindpunt van de stoomtram uit Leiden. De mensen die er woonden konden om de zoveel tijd het gepuf en het gehijg van het apparaat horen als-tie het hoge duin opkwam en de bevrijdende stoomfluit als-tie het wéér gehaald had. Op de rechterfoto lijken de bewoners het ding al op te wachten.
Het rechterhuis op de foto rechts heeft een raar dak. Het ziet er tamelijk nieuw uit in vergelijking tot de rest van het huis en misschien verklaart de foto linksboven wel waarom: daar ontbreekt het dak nog, het lijkt erop dat het huis nog niet klaar is of – waarschijnlijker – dat het verbouwd wordt: er komt een verdieping op om zo nog meer pensiongasten te kunnen herbergen. De zaken gaan goed, het kan niet op, the sky is the limit. Handig als je aan het einde van de lijn zit, je plukt je gasten zó uit de tram.
Maar het duurt niet lang meer of de tram is daar verdwenen. Met de electrificering van de lijn in 1912 hoeven de trams het duin niet meer op. Ze stoppen een paar honderd meter terug. De bewoners worden niet meer door gepuf en gehijg en gefluit lastig gevallen. Het dak kan er weer van af.

Links boven lijkt wel een dak te hebben en het is alsof het nieuwe dak daar overheen is gebouwd , maar hoe dan ook niet direct ogend als extra gastenverblijf , zo zonder ramen toch ?