foto

Het eerste winkeltje achter het Raadhuis ken ik alleen maar als de slijterij van Piet Weijers, waar je – ook als je nog geen zestien was – gewoon vieux en oude genever voor je opa kon kopen en advocaat of citroengenever voor je oma. Weijers kwam nooit op het idee dat je het wel eens zelf kon opdrinken. Iedere fles werd snel in een wikkeltje gerold met reclame erop van Hartevelt uit Leiden. Naast Weijers was de winkel van Banck en Tissing, waar je zilveren bestekken, horloges en sieraden kon kopen, maar wij kwamen er alleen maar om oude horloges te laten repareren, voor nieuwe was geen geld. Aan de overkant zat de Amsterdam-Rotterdam Bank, waar we helemaal niet kwamen, want voor zaken was ook geen geld. En er was nog de Spaarbank voor Noordwijk en Omstreken (daar stond een beetje geld op de rekening).

Op de foto was het allemaal nog anders: in de dameskapsalon vloeide alleen het haarwater volop, Banck en Tissing waren beiden nog ver te zoeken en de Amsterdam-Rotterdam Bank was nog gesplitst en bevond zich alleen nog op plekken waar die werkelijk thuishoorde: in Amsterdam en Rotterdam en niet in Noordwijk. De Spaarbank voor Noordwijk en Omstreken was er misschien al wel, maar op de foto is ook daarvan nog geen spoor te bekennen.

De dameskapper staat er trots bij op de foto in zijn lange witte jas, hij ziet er uit als een chirurg of – minder erg – als een keurslager. Een boom van een man, zo te zien, maar ook hij is er niet meer. De andere bomen op de foto, die zijn er nog wel.