fotoOnderstaand stukje ontleen ik aan de nieuwste Blauwdotter, ledenblad van het Genootschap Oud-Noordwijk:

In 1923 kreeg Noordwijk enige landelijke bekendheid vanwege al of niet vermeende tuchteloosheid in de duinen. De toenmalige commissaris van politie in Noordwijk, Gool, stelde daarom voor de Noordduinen voor het publiek te sluiten. Dit voornemen ondervond niet de instemming van de bekende volksdichter Koos Speenhof. In De Amsterdammer van 19 mei 1923 publiceerde hij het volgende gedicht:

In de duinen rondom Noordwijk, ging het al te Bijbels toe.
Dat geAdam en geEva, waren B en W er moe.

Weg, die al te vrije paartjes,
zonder een entrée-bewijs.
Slechts natuurschoonzoekers mogen, in het duinenparadijs.

En ze moeten blijven lopen…
zitten is er te gewaagd.
Zelfs gearmden worden nijdig, door een diender weggejaagd.

Spreken mag, maar over bloempjes,
mits men het plantkundig doet.
Zingen ook, of zachtjes fluiten, en alleen: `t Wien Neerlands Bloed.

Bloote halsjes, bloote armpjes
moeten zedig zijn bedekt.
Zelfs de trouwring is verboden, daar die kusgedachten wekt.

Links krijgt men de damesduinen,
rechts van ‘thek: den heerenkant.
In het midden staan de wachters, met den kijker in de hand.

Ook het kleine-teentjes-baden,
wordt geldstraffelijk beboet.
Als ze er het teentje geven, nemen ze den heelen voet.

Ja mag men er immer zeggen,
altijd is het antwoord: nee.
Alles voor de deugd van Noordwijk, van de duinen en zijn zee.