foto

In zijn korte verhaal Leviathan (opgenomen in de bundel Zuidland) beschrijft P.F.Thomese de stranding van een walvis op het door de Reformatie en Inquisitie gespleten Noordwijk. De ‘burgervader’ van Noordwijk, Janus Dousa, wordt erin afgeschilderd als een weinig besluitvaardig type, een tweederangs dichter en academicus, die zich met zoiets prozaïsch als een op het strand wegrottend ongedierte volstrekt geen raad weet. Geleerdheid schijnt geen voordeel te bieden bij deze confrontatie met het onbekende. De autochtone Noordwijkers ondertussen zijn danig in paniek en zien in het verschijnen van dit monster – minder prozaïsch – een teken van God. Bijgaand plaatje inspireerde Thomese tot zijn verhaal. Het is een  afbeelding van genoemde walvisstranding op 28 december 1614. Het zou me niet verbazen als Janus Dousa en zijn intellectuele vrinden daar links op de voorgrond staan, ware het niet dat Janus toen al 10 jaar dood was. Eronder hangt overigens een plaatje uit het Leids Dagblad van weer een stranding van weer een potvis op weer het Noordwijkse strand. Alleen niet van dezelfde walvis, want 390 jaar later, in het voorjaar van 2004).

Thomese beschrijft de wat gure en duistere sferen in Noordwijk op treffende wijze. De galgen langs de Oude Zeeweg, ‘waaraan nog een vergeten skelet bungelt’, de ongenadige storm die diep inslaat op de paar huizen aan zee, de bijna verdwenen scheidslijnen tussen leven en dood. Vooral het beeld van de door de Inquisitie op de zolder van de Grote Jeroenskerk opgesloten ketters blijft bij: zij maken lawaai tijdens de erediensten en worden pas gekneveld (of simpelweg bewusteloos geslagen) als ze het vrome kerkvolk van bovenaf met uitwerpselen bekogelen. Ook daar zal Janus Dousa wel geen raad mee geweten hebben. Het prevelen van Latijnse gedichten en het dagdromen over een academische carriere in Parijs boden in ieder geval voor de sloeberige Noordwijkers weinig soelaas. Die Noordwijkers sluiten zich in het verhaal – verdoofd en radeloos van alle ellende – aan bij een voorbij komende rij mensen, niet omdat ze weg wilden, maar omdat ze dachten dat ze ergens heen gingen. Maar ze gingen nergens heen. Ze zijn altijd gebleven.  

Van “Zuidland” zijn inmiddels verschillende drukken verschenen in verschillende jasjes. De verhalen over Noordwijk zijn onveranderd gebleven: