fotofotofoto

In een eerder BLOG had ik het al over die gasten, Albert Verwey, de Groote Literator en H.P. (hij had alleen maar initialen, geen voornaam) Berlage, de Groote Architect. Berlage is waarschijnlijk meerdere malen in Noordwijk geweest en daar had hij ook wel een paar redenen voor. Hij was familiair gelieerd aan Albert Verwey, ook al was het een eindje weg: hij was de zwager van de broer van Verwey. Maar beide mastodonten van de Nederlandse kunst en cultuur moeten het (op de verjaardagen van de broer van Verwey bijvoorbeeld) goed met elkaar gevonden kunnen hebben: over en weer bezorgden ze elkaar mooie opdrachten. Verwey was door Berlage al rond 1900 ingeschakeld als “coördinator” van de versieringen in en aan de Koopmansbeurs te Amsterdam, hét magnum opus van Berlage. Verwey baseerde het programma op twee thema’s: 1. Amsterdam als belangrijke handelsstad en 2. Het streven naar een klassenloze maatschappij waarin geld geen rol meer speelt. Voor verschillende ruimtes maakte hij gedichten, veelal in de vorm van kwatrijnen. Deze gedichten verhalen over de specifieke functie van de ruimte én geven blijk van een idealistische kijk op de toekomst. Verwey’s tekst boven de entree aan het Beursplein geeft dit bijvoorbeeld goed weer:

Als voorhoofd strekt de steen op de ingangsbogen
’t Verstand des handels breke in heldre lijn Daaruit:
Tusschen zoo mensch als dingen zijn
Veel omgangsdaden die ’t bestaan beoogen.

Ook de twee intrigerende regels op de klokkentoren van de Beurs zijn van Verwey:

Duur Uw Uur – Beidt Uw Tijd.

En andersom kreeg Berlage van Verwey en diens schoonmoeder (de oude mevrouw Van Vloten) opdracht om de Villa Liesbeth te bouwen aan de Prins Hendrikweg, niet ver van Verwey’s eigen Villa Nova. Bijzonder is het ex libris dat Berlage voor Verwey ontwierp. Dat ex libris voor de schrijver moet rond 1910 gemaakt zijn en wat betreft de betekenis ervan citeer ik Henk van Buul:

Het is zo goed als zeker dat de tekst op het exlibris van Verwey zelf is (In de boeken mag men ’t zoeken, in der minnen zal men ’t vinnen). Deze heeft immers een analoog geformuleerde tekst bedacht voor het exlibris dat Anton Pieck in 1934 maakte voor Verwey’s zoon Gerlof. De tekst op dat boekmerk is aldus: “met getallen valt niet te mallen, maar wat ze bedoelen moet men gevoelen”. In beide teksten wordt eerst het rationele, objectieve element genoemd en vervolgens wordt het primaat gelegd bij het gevoelsleven en de liefde. De tekst op het exlibris voor Albert Verwey had evenzeer het motto kunnen zijn van zowel Berlage zelf als van Van Gelder. Het exlibris toont een vissersschip, een z.g. bom. Dergelijke schuiten lagen in Noordwijk aan Zee, waar Verwey in zijn duinhuis Villa Nova woonde. De wit-zwart-wit achtergrond bij het schip toont in gestileerde vorm de 3 elementen aarde, water en lucht. In het Nederlands Architectuur Instituut te Rotterdam bevinden zich de schetsen voor het exlibris en aan de hand daarvan is goed te zien hoe de 3 elementen hun uiteindelijke grondvorm hebben gekregen.

Berlage was naast dit alles ook nog eens Verwey’s maatje in de redactie van het tijdschrift De Beweging, waarvoor hij vaak ook de voorkant ontwierp. Hun beider redacteurschap van dit in de Nederlandse literatuurgeschiedenis befaamd geworden tijdschrift creëerde bovendien een mateloze hoeveelheid correspondentie, die in het Nederlands Museum voor Letterkunde voor de eeuwigheid is opgeslagen.