fotofotoAlbert Verwey kende Jan Toorop en Jan Veth, die vaak bij hem thuis kwamen op de ‘Villa Nova’  in Noordwijk aan Zee. Hij moet via hen ook Max Liebermann gekend hebben, maar ik kom nergens een verhaal tegen waaruit blijkt dat ze elkaar ook daadwerkelijk ontmoet hebben. Die ontmoeting vindt virtueel dan maar jaren later plaats. In mei 2007 ben ik in het Drentsch Museum in Assen om de mooie, ingetogen tentoonstelling "Max Liebermann en zijn Nederlandse Vrienden" te zien. Als ik de eerste zaal binnenkom valt mijn oog direct op bijgaand portret van Verwey, geschilderd door Jan Veth, die – als beste makker van Liebermann – volop in Assen aanwezig is. Een zaal verder hangen een paar mooie ‘Noordwijkse stukken’  van Liebermann, vooral spelende kinderen op het strand en tennis spelende badgasten op het terras voor Huis ter Duin. 

In de catalogus komt Liebermann zelf aan het woord: in de zomer van 1903 klaagt hij in een brief aan zijn galeriehouder in Berlijn steen en been over het slechte weer in Noordwijk en over het langzaam verdwijnen van de joodse marktcultuur in Amsterdam: "Geen strandgezichten dit jaar en ook geen joodse hoekjes." Blijkbaar zat zijn galeriehouder juist om die beelden te springen. En wie dan denkt dat Liebermann puur commercieel dacht en reeksen strandgezichten op bestelling in Berlijn afleverde komt bedrogen uit: Liebermann klaagt vooral over het slechte licht in Noordwijk wat het hem onmogelijk maakt zijn ambachtelijke schilderswerk naar behoren uit te voeren. De frustratie van de kunstenaar, niet die van de koopman.