s187412-pag35-1dd

De betrekkingen tussen de Noordwijkse notarisdochter Henriëtte Roland Holst-Van der Schalk en de dichter Herman Gorter waren jarenlang nauw en hartelijk, zowel in het domein van de poëzie als in het domein van de socialistische wereldrevolutie (die maar niet kwam). Hun eerste ontmoeting vond plaats ten huize van Albert Verwey (zie ‘Albert Verwey en de Villa Nova’) en de analen op internet vergeten niet te vermelden dat Herman Gorter bij die gelegenheid op de schaats naar Noordwijk gekomen was. Het was eind januari 1893.

Denkelijk was Gorter vanuit Leiden gekomen en denkelijk dan via Oegstgeest, bij Warmond de Leidsevaart op en bij de Noordwijkerhoek links afgeslagen naar het Schie. Verder kon hij in ieder geval op de schaats niet komen. Misschien waren de Maandagsche, de Dinsdagsche en de Woensdagsche Wetering nog open (andere doordeweekse weteringen waren er niet),  maar zelfs dan: Gorter kon natuurlijk niet tegen het duin op naar boven schaatsen. Henriëtte Roland Holst die de dichter tot dan toe alleen kende als de dichter van “De Mei” was flabbergasted (als dat toen al zo heten mocht)en zei later “Om mij te ontmoeten was hij op de schaats naar Noordwijk komen rijden. Ik had hem mij altijd als een stille god in de bossen voorgesteld.”

Gorter moet wel erg van schaatsen hebben gehouden. Zo is bekend dat hij goede contacten onderhield met Pim Mulier, de Grote Initiator van het sportleven in Nederland. Gorter en Mulier debatteerden niet alleen avondenlang over literatuur en poëzie, ook maakten zij regelmatig schaatstochten.Beiden speelden overigens ook samen in het allereerste nationale cricketteam! Er zijn ook bronnen die zelfs aan Verwey een zekere belangstelling voor sport ‘toedichten’: Uit een brief van Albert Verwey gericht aan zijn latere echtgenote Kitty van Vloten blijkt dat de verhalen die Gorter vertelde, altijd graag werden aangehoord. Verwey discussieerde met Gorter zelfs liever over sport dan over het metrum, de vers- of de voetmaten. Wat het schaatsen betreft: er is een fotootje van Herman Gorter op internet met een mooi bijpassend gedicht Stil staan wij als twee meeuwen / Op het ijs – / Roerloos is rondom / Als eeuwen, / Het wereldpaleis.

Wat de sportieve gevoelens van Gorter betreft: Henriëtte Roland Holst herself vertelde ooit dat Gorter zoveel waarde hechtte aan winnen dat hij voor belangrijke wedstrijden altijd een aantal borrels dronk of kalmeringsmiddelen nam tegen de zenuwen.

En – tenslotte – wat het begrip ‘sport’ betreft: het werd  in 1866 geïntroduceerd in Nederland door Simon Gorter, de vader van Herman: ‘Let eens op die kloeke opgeschoten mannen door “sport” ontwikkeld.’ Sport werd eind negentiende, begin twintigste eeuw nog als een elitaire bezigheid beschouwd en het misstond een literator niet zijn liefde voor sport te koesteren. Gorter deed behalve aan schaatsen en cricket ook nog aan voetbal, tennis, zwemmen, bergbeklimmen en roeien.