Ik herinner me uit mijn jeugd nog wel de naam Clinge Doornbos, vooral als schrijver van het ‘Muizenboek’.

Johannes Pieter Jacobus Helmich Clinge Doorenbos (1884 – 1978) was – ik volg de Wikipedia“een veelzijdige Nederlandse artiest. Als liedjesschrijver, cabaretier en zanger trad hij vanaf 1908 gedurende ruim zestig jaar op. Clinge Doorenbos was tevens journalist, schrijver van kinderboeken, stripauteur en dichter. Hij publiceerde zonder voornaam of initialen, alleen met zijn dubbele achternaam. Veel mensen kenden hem als Clinge, misschien omdat men dacht dat dat zijn voornaam was.”

Omdat hij zo oud geworden is, is het niet vreemd om te constateren dat hij al op 1e Pinksterdag 1920 optrad in het Casino van de Noordwijksche Sportvereeniging in Noordwijk. Hij moet toen al wereldberoemd in Nederland zijn geweest, want er reden speciaal voor dit optreden extra trams van Leiden naar Noordwijk.

Enige zelfspot en relativering was hem trouwens niet vreemd, want toen al in 1971 abusievelijk zijn overlijden was gemeld, rectificeerde hij rijmelend als volgt:

Toen ik onlangs overleed
Toch ben ik gezond gebleven
En leef voor zover ik weet.
„k Ben van achttien vier en tachtig
Dus betrekkelijk niet oud
Elke middag tegen zessen
Vraag ik: staat de Bokma koud?