Vincentius Fabricius (1612-1667) was Duitse van geboorte, studeerde in Leiden en schopte het uiteindelijk tot burgemeester van Dantzig )(Gdansk). Tussen de bedrijven door was hij ook nog dichter en in die hoedanigheid een groot fan van de Noordwijkse poëet Janus Dousa. Toen Vincentius Fabricius naar Leiden kwam, was Dousa al overleden, maar diens inspiratie was blijkbaar nog sterk levend bij Fabricius, want hij verkoos tijdens zijn studie Noordwijk enige tijd tot woonplaats. Daar liet hij zich in de beste traditie van wijlen Janus Dousa, Heer van Noordwijk, inspireren tot het gedicht “Secessus Norvicensis” (‘Noordwijkse Ermitage’), waarin hij onder meer het volgende schrijft:

Mijn Noordwijk verzoent mij met mijn trage studiezin.

Net als het geluid waarmee de golven op de branding breken.

Hier breng ik hele dagen door langs de langgerekte kust.

Hiervandaan laat ik mijn blik gaan over de zee

Of we dwalen samen ver weg tussen de zandheuvels.

Of ik word getrokken door de lieflijke landerijen rond het dorp.