roer2

In de archieven van Noordwijk bevinden zich mooie stukken. Eén van die stukken werd door J. Kloos uit het stof naar boven gevist in november 1915, het jaar waarin het Nederlandse leger ook in Noordwijk gemobiliseerd was. Het betreffende stuk greep terug naar de dagen van 1813, waarin de grote omwenteling plaatsvond van Franse bezetting naar Nederlandse onafhankelijkheid. Blijkbaar bestond er nog enige vrees voor een terugkeer van de Fransen. En blijkbaar was men zich ervan bewust dat met name het platteland wel erg kwetsbaar was bij gebrek aan voldoende wapenen (in Noordwijk had men alle wapens en munitie gedwee ingeleverd bij de ‘Dienst der Nationale Garden’ in Leiden).

Om die reden riep de toenmalige – provisionele – opperbevelhebber van de krijgsmacht (als je al van een ´krijgsmacht´ mocht spreken), de Graaf van Limburg Stirum, het (ook al provisionele) bestuur in Noordwijk op om – zodra er ook maar één Fransoos in de buurt kwam – de torenklok te luiden en al wat een beetje knokken kon op te roepen de Fransoos te lijf te gaan met ‘stokken, pieken, knuppels, hooyvorken en ganzenroeren.’

Als de oproep mij getroffen had, had ik niet zo gauw geweten waar of dat ik ‘een ganzenroer’ vandaan moest halen, simpelweg omdat ik niet weet wat dat voor een ding is.  Enig gegoogle leidt tot het antwoord: een ganzenroer is een geweer met een lange loop, waarmee je ganzen kon afschieten. De loop kon soms wel 3 meter (!)  lang zijn en geladen worden met een kilo loodkogeltjes. De terugslag was dusdanig dat je er alleen maar met gevaar ook voor eigen leven mee kon schieten. En de loop moest ergens op steunen, anders viel er niet eens mee te richten.

roer

Enfin. De bui dreef over en de Engelsen brachten nieuwe geweren en munitie aan, waardoor het allemaal niet meer hoefde.