appie1

Als je in Amsterdam het Damrak afloopt vanaf het Centraal Station naar de Dam zie je op de toren van de beurs van Berlage onder de klok de spreuk staan ‘Duur Uw Uur’. En als je vanaf de Dam richting Centraal Station loopt zie je ‘Beidt uw Tijd’.

Beide spreuken zijn afkomstig uit een gedicht van Albert Verwey: ‘De Toren’:

De toren sprak naar de stad gewend:
Gij burgers, die daar jaagt en rent,
Sta stil als ik en BEIDT UW TIJD,
Zij die geloven, haasten niet.
De goede en sterke daad geschiedt
Te rechter uur, den tijd ten spijt.

De toren spreekt tot iedere vreemd
Die naar de stad zijn richting neemt:
Sta vast als ik en DUUR UW UUR.
Wie op zijn kracht niet vol berust,
Wiens ijver halfweegs wordt geblust,
Houdt hier geen stand, heeft hier geen duur. 

Het is een mooi gedicht en als Noordwijker zou je bijna trots zijn op het feit dat een ‘Noordwijks’ gedicht zo pontificaal op die markante toren prijkt op dat drukke punt van Amsterdam. Maar in termen van Nederlandse taal klopt er helemaal niks van. De regel ‘Sta stil en beidt uw tijd’ is geschreven in de gebiedende wijs en dat betekent of het één of het ander, maar niet alle twee. Het is enkelvoud en meervoud door mekaar heen. Waar hier de ‘burgers’ worden aangesproken, had er moeten staan: ‘STAAT stil en beidt uw tijd.’ Dat ‘beidt uw tijd’ is wel goed.

In de regel ‘sta vast en duur uw uur’ wordt schijnbaar ‘iedere vreemd’ (vreemdeling) aangesproken en dat enkelvoudig gebruik spoort dan – enkelvoudig – weer wel.

Verwey was nota bene hoogleraar Nederlands in Leiden. In het gedicht zit dus een kanjer van een taalfout. Op de toren staat het toevalligerwijze wel goed, maar als je het gedicht niet kent, krab je je toch even achter de oren als je op de ene kant een enkelvoudige en op de andere kant een meervoudige mededeling ziet staan.