In de nieuwe Blauwdotter (Kerst 2018) staan fragmenten uit de door Marie Cremers opgetekende jeugdherinneringen ((“Lichtend verleden” uit 1954). Marie Cremers (1874-1960) was een Nederlands kunstschilderes, die op latere leeftijd ook gedichten ging schrijven. Eén van die jeugdherinneringen betreft haar vakanties in Noordwijk aan Zee en haar kennismaking met Albert en Kitty Verwey in 1892. Ze trok die zomer intensief op met het echtpaar en verbleef ook vaak in de Villa Nova van de Verwey’s aan de (latere?) Nieuwe Zeeweg. Ze beschreef ook het interieur van de villa:

Richard Roland Holst bracht mij in Noordwijk in kennis met Albert en Kitty Verweij op Villa Nova, hoog op hun duin. Ik werd er hartelijk ontvangen. Het was er ongegeneerd en vrij, fris en natuurlijk, wat mij prettig aandeed. Aan de muren hingen Breitners, Karsens en van Van Looy hing boven de schoorsteenmantel in de eetkamer een groot schilderij, een starend kind met een catechisatieboekje, waarop God is Liefde. Nonchalant stond hier en daar een glas met wilde bloemen.

Wie het verhaal verder lezen wil, zij verwezen naar de betreffende Blauwdotter. Hier halen we er alleen dat ene dingetje uit: dat schilderij van Jac van Looy boven de schoorsteenmantel. De officiële titel ervan was ‘Elsje, een weesmeisje’ uit 1887 en het was misschien geschilderd in het Haarlemse Gereformeerd Burgerweeshuis aan het Groot Heiligland (nu het Frans Hals Museum), waar Van Looy ook zelf als kind enige tijd verbleef.

Hoe het schilderij bij de Verwey’s was beland laat zich raden: Van Looy en Verwey maakten beiden deel uit van de redactie van de Nieuwe Gids (tot 1890) en ze hadden overlappende vriendenkringen, waartoe onder meer behoorden Willem Witsen, Jan Veth en Eduard Karsen. Misschien had Verwey het schilderij van Van Looy gekocht of had hij het gekregen. Veel verder dan dat kan ik het niet beredeneren.Ik zou het portret trouwens niet boven mijn schoorsteenmantel hebben willen hangen. Ik vind het een wat angstaanjagend beeld, een eng meisje dat wezenloos naar buiten kijkt in een vreemde lichtkrans tegen een donkere achtergrond. En dan dat ‘God is Liefde’ op het boekje. Het gevoel naar een dood-kind-met-open-ogen te kijken.

De kunstcriticus van het Algemeen Handelsblad maakte al direct in 1887 korte metten met het schilderij, sterker nog: zijn kunstcriticus noemde het ‘een aberratie’ en ‘een misslag’. Voor de volledigheid moeten we vermelden dat de erfopvolger van het Handelsblad (NRC-Handelsblad) bijna 100 jaar later tot een heel andere waardering van ‘Elsje’ kwam:

Hoe dan ook, er werd met gemengde gevoelens naar Elsje gekeken. Van Looy begreep er helemaal drie keer niks van. Hij schreef later:

“’t Is een bijzonder kopje, een kind met een lang gezicht, zooals veel meisjes van twaalf dat hebben. Je kent dat alles, ik zie dat kind, ik schilder dat met al de goede en kwade eigenschappen van mijn koppige natuur, en voila: het publiek aan ’t lachen. Nee maar, er zijn er geweest die nachtmerrie’s en benarde droomen gekregen hebben, zeggen ze; anderen weer dat het een excentrikiteit was. Allerlei aardigheden, waar ik versteld van stond en even boos ben geworden.”

NRC-Handelsblad van 18 december 1982 kreeg Van Looy helaas niet meer onder ogen, want toen was-tie al 52 jaar dood.  Maar goed: het schilderij heeft hoe dan ook ooit in Noordwijk gehangen, zo veel is zeker!