John komt met deze ontroerend aardige foto van de oude heer Van Urk, die wij als kind vroeger altijd ‘Opa Urkie’ noemden. We kwamen hem vaak tegen, want hij woonde bij ons om de hoek aan het halve hofje tussen IJmuiderstraat, St. Jeroensweg en Boerenburgerweg. Altijd opgewekt, altijd iedereen groetend. Hij was klein van stuk en liep daarbij nog een beetje voorover met een stok. Pretoogjes die iedereen vrolijk gedag zeiden. Hij zat vaak op deze bank aan de St. Jeroensweg, maar zelden alleen. Schat van een man.
Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van hem, nu ik zo’n 60 jaar later even aan hem terugdenk. Ik vermoed dat hij voluit Henri Geert Marius van Urk heette. Ik pik dat van de site van Hans Montanus, die ook nog vermeldt dat Opa Urkie timmerman was en stoker op de gemeentelijke gasfabriek. Hij zou geboren zijn in Paramaribo op 29 oktober 1877 en nu bij leven en welzijn 141 jaar oud geweest zijn. Zo oud, alstie geworden is, maar dat lijkt me niet realistisch. Maar hoe oud istie dan wel geworden? Dat vermeldt Montanus nu jammer genoeg weer niet.
Van de weeromstuit komt Jan nog met een serie foto’s van de afbraak van opa’s huisje aan dat eerdergenoemde halve hofje. Verloren gegaan erfgoed, net als Opa Urkie zelf.



Dit was mijn overgrootvader, die wij opa Sikje noemden. Zijn vader was een in Paramaribo gestationeerde Nederlandse matroos van de marine, zijn moeder een als slavin geboren Surinaamse vrouw. Zij trouwden met elkaar en twee jaar later werd Henri geboren. Twee maanden na de geboorte moest zijn vader terug naar Nederland, omdat zijn contractperiode erop zat. Hij heeft nog wel geprobeerd weer uitgezonden te worden naar Suriname, maar dat is niet gelukt, omdat hij voordien wegens wangedrag ontslagen werd uit de marine. Op zesjarige leeftijd komt Henri zonder zijn moeder naar Nederland en gaat bij zijn vader wonen die inmiddels in Amsterdam met een nieuwe vrouw een gezinnetje heeft gesticht. Twee jaar later echter verhuist Henri naar de Martha-Stichting in Alphen, een opvanghuis voor Amsterdamse straatkinderen waar de ouders niet goed voor kunnen zorgen. Daar blijft hij tot zijn 18e, vervolgens gaat hij als militair terug naar Suriname. Zijn beide ouders zijn dan al overleden. In Suriname trouwt Henri met een plaatselijke vrouw en na zestien jaren komt hij met haar en hun kinderen terug naar Nederland. Zij gaan in Noordwijk wonen. Zijn vrouw zal daar met haar donkere huidskleur vast een bezienswaardigheid zijn geweest. In 1974 vertrekt hij naar Dieren, waar een dochter van hem woont. In 1976 overlijdt hij enkele dagen voor zijn 99e verjaardag.
Ik zou graag een uitgebreider portretje van hem willen schetsen voor De Blauwdotter en heb daartoe meer gegevens nodig. Graag contact via pet_ermu@yahoo.com. BVD Peter / Pjotr