bokking

De paniek bij Albert Verwey moet onmiddellijk zijn toegeslagen toen hij vernam dat er allerhande bokking- en visch-rookerijen gevestigd zouden worden in de onmiddellijke nabijheid van zijn Villa Nova. Niet dat hij een bokkinkje per se versmaadde, maar het vooruitzicht de Schone Letteren te moeten dienen in een walm van onbestemde visluchten was hem ongetwijfeld te veel. Zijn protesten mochten niet baten en de rookerijen kwamen er (en zouden hem ook overleven). Ik stel me voor dat de Hooggeleerde Verwey af en toe een wolk van vislucht voorbij zag drijven aan zijn studeerkamer. Of dat hij gedichten schreef met een gasmasker over zijn gezicht of met een wasknijper op zijn neus.

Maar ook: dat hij af en toe stiekem wel een bokking afhaalde op het erf bij de ene of de andere Admiraal en die met evenveel smaak als gemengde gevoelens gulzig verorberde.