register

Uitsnede uit het register van Noordwijkse schepen, opgemaakt tijdens WO II. Blijkbaar was het nuttig om een overzicht van deze schuitente hebben, ook al kon je er de oorlog nooit mee winnen, want voor grote zeeslagen waren ze niet geschikt. Maar de tekst onthult toch een paar aardige inkijkjes:

  • Ene W.Th. Steenvoorden beschikte over twee ‘motorlooze’ aken van 25 ton, die bij de gasfabriek lagen afgemeerd. Daar lag ook zijn motorschip ‘Kemp’ en iets verderop aan de Hogeweg lag nog zijn 55-tonner ‘Jonge Marinus’.  De namen Kemp en Jonge Marinus zullen wel een oorsprong gehad hebben, maar die kan ik niet zo snel achterhalen.
  • Bij de gasfabriek lag ook de ‘Petronella’ van Willem Steenvoorden, alias ‘De Beurtschipper.’  Aardige man, die altijd op klompen liep. De naam ‘Petronella’ was volgens mij de naam van zijn vrouw, die wij altijd ‘Tante Pietje’ noemden.
  • Dan bezat J.C. van der Lippe nog een schuit “De Vijf Gebroeders”, die aan het Schie lag. Deze J.C. was wellicht de vader van ons aller  Jo van der Lippe, maar voor zo ver ik dan kan nagaan waren er maar vier gebroeders Van der Lippe.
  • En tenslotte had je de HH Kooijmans en Plug, die er beiden naast scheepstransport ook autotransport op nahielden, zoals we eerder hebben gezien. Beide schepen lagen eveneens aan het Schie. Die schepen voeren onder de welluidende namen “Noordwijk-Rotterdam“, respectievelijk “Hendrica.” Dat ‘Noordwijk-Rotterdam’ spoorde met de bodedienst tussen die twee plaatsen, die Plug er op na hield. Ene ‘Hendrica Kooi(j)mans is in deze streken altijd onbekend gebleven.