bodeker1

Ron komt met een mooie ‘scoop’ op JBEEN. Over de burgemeestersbenoeming in 1942 van ene J.W. Bödeker, toenmalig directeur van de Rotterdamse textielfabriek NV Nouveauté Weverij en – in dit verband relevanter – actief lid van de NSB. . De benoeming zou nooit geëffectueerd worden, volgens wijlen Geek Slats in zijn onvolprezen “Noordwijk in de Jaren 1940-1945” omdat de man zich op dat moment in het gevang bevonden zou hebben. Dat is elders niet meer terug te vinden, zoals er vrijwel niets over deze Bödeker  terug te vinden is.  Behalve dan dit:

Uit de correspondentie van NSB-voorman Rost van Tonningen komt naar voren dat men zich van NSB-zijde sterk maakte voor ondersteuning van de Duitse Wehrmacht aan het Oostfront door de vestiging  in het Oosten van verschillende vanuit Nederland geëntameerde industrieën. Daartoe werd op 26 januari 1943 de “Nederlandsche Oost Handel Maatschappij NV” opgericht.  De “Niederlandische Textilgemeinschaft “Ost” GmbH (NOC)” die al eind 1942 was opgericht zou daarin worden ingepast met als doel zorg te dragen voor een betere uitrusting van de Duitse troepen in Oost-Europa.

Rost van Tonningen had daartoe contact met ene Fickert en met Bödeker en hij schrijft dan dat hij beide heren klip en klaar duidelijk had gemaakt dat ze een beetje moesten opschieten:  Schon damals habe ich ihnen in nicht misszuverstehender Weise klar gemacht, dass die NOC nur ein einziges Interesse hat, namlich die Deutsche Pioniere, welche hinter der Front in Russland in so verdienstvoller Weise das Kriegspotential steigern in dem Masse als es nur möglich ist etwas zu helfen. Daher ist für uns das oberste Gesetz: “Produzieren!”

Maar hij schrijft ook dat hij zo zijn twijfels had over de vereiste inzet van beide heren: “Das Verhalten der Herren schien uns keinen schnellen Einsatz zu gewahrleisten. Wir haben nun am 15. Januar Herrn Fickert eine schriftlichen Stellungnahme zukommen lassen.“ Dit ondanks het feit dat Bödeker – volgens een annotatie bij de brieven van Rost van Tonningen – al een reis naar de Oekraïne had gemaakt om de mogelijkheden voor de vestiging van een textielfabriek aldaar te verkennen.  Diezelfde annotatie vermeldt overigens ook dat Bödeker in 1895 in Rotterdam geboren was, sinds 1939 lid was van de NSB en inmiddels  optrad als ‘Verwalter’ van Joodse bedrijven. En in nog een andere notatie wordt zonder verdere opheldering aangegeven dat Rost een brief aan de Duitse autoriteiten stuurde, waarin ‘extra tegen Bödeker gewaarschuwd werd.

De voorgenomen benoeming van Bödeker tot burgemeester van Noordwijk zou dus kunnen berusten op een communicatiestoornis binnen de NSB, die alsnog door Rost van Tonningen is rechtgezet. Aannemende tenminste dat Rost zeer zware bedenkingen had tegen Bödeker, waarvan zijn brieven getuigen. Misschien waren die bedenkingen zo ernstig dat Bödeker inderdaad al gevankelijk was opgesloten, c.q. nog opgesloten zou worden. Maar verdere sporen lopen vooralsnog dood. We gaan nog eens verder peuren.