vijv12

Het is een oud patriciërs huis aan de Lange Vijverberg nummer 12 in Den Haag, tegenover de Hofvijver. Ooit was hier de Belgische Ambassade gevestigd, maar – ooit, ooit – diende dit bijna-paleis als tweede woning voor de Leopold Graaf van Limburg Stirum (1758-1840), Vrijheer van Noordwijk, maar bekender als lid van het befaamde Driemanschap dat de basis legde voor het Nederlandsche Koninkrijk in 1813.

Leopold  verwierf het pand in 1806. Zijn zoon, Wigbolt Albert Willem Graaf van Limburg Stirum (1786-1855), woonde er in ieder geval van 1830 tot 1845, want dat is allemaal in de archieven vastgelegd. Deze Wigbolt was – naast Vrijheer van Noordwijk – ook Lid van Gedeputeerde Staten, Lid van de Eerste Kamer en Kamerheer van de Koning. Hij stierf in 1855 in Noordwijk. Bekend is verder dat het huis daarna werd bewoond door de zoon van Wigbolt, Mr. Frederik Albert Graaf van Limburg Stirum (1819-1900), maar daarna verdwijnt het huis uit dit adellijke Noordwijkse bezit. Frederik erfde de titulaturen van zijn vader en was daarnaast ook Lid van de provinciale Staten van Zuid-Holland.

Over Leopold en Wigbold nog het volgende:

Leopold van Limburg Stirum, uit het oude adellijk geslacht Limburg-Stirum, was een zoon van Albert Dominicus graaf van Limburg Stirum (1725-1776), heer van de Wildenborch 1769-, en Elisabeth Gratiana Sayer (1726-1788). Hij trouwde in 1782 met Theodora Odilia Carolina Ludovica van der Does (1758-1793), vrouwe van Noordwijk en Offem, enz. door wie deze heerlijkheden en het huis Offem in de familie Van Limburg Stirum kwamen en welke tot op heden in de familie zijn gebleven;

Wigbold van Limburg Stirum Noordwijk werd geboren als een zoon van Leopold van Limburg Stirum en Theodora Odilia Carolina Ludovica van der Does, vrouwe van Noordwijk. Hij begon zijn carrière als militair. Daarna was hij werkzaam als burgemeester van Noordwijk en op 29 en 30 maart 1814 was hij lid van de Vergadering van Notabelen voor het departement Monden van de Maas. Van 6 juli 1819 tot 6 augustus 1840 functioneerde van Limburg Stirum Noordwijk als lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Van 6 juli 1820 tot 6 juli 1840 was hij lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en van 6 augustus 1840 tot 13 februari 1849 was hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.