
Het gebeurde blijkbaar ook in Noordwijk, dat kaalnippen van de zgn. ‘moffenmeiden’. Het werd in mijn tijd verzwegen allemaal, alsof men zich postuum schaamde voor wat er was gebeurd. Ik heb geen weet van ook maar één Noordwijkse die op die manier het schavot werd opgejaagd, maar ze waren er dus wel. Op dezelfde manier werd ook wel gezwegen over het NSB-lidmaatschap van sommige inwoners. In ieder geval waren mijn ouders weinig haatdragend op dat punt, want ze lieten hun schoenen gewoon weer lappen bij die enige NSB-er die ik kende, een schoenmaker in Noordwijk Binnen.
Maar goed, die moffenmeiden: ze hadden volgens sommigen een soort van overspel gepleegd met hun nationaliteit (zoals iemand dat in de Volkskrant verwoordde), maar er zat ook simpele woede achter en bij opgroeiende jongemannen misschien ook wel een hoop jaloezie. Bijltjesdag op hunnie eigen manier en ‘een duizendkoppige menigte’ keek blijkbaar toe.
In deel 10 van De Jongs “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” kon het niet langer verborgen blijven. De Jong citeert Geek Slats, bij uitstek de hoeder van het Noordwijks erfgoed en dan met name het Noordwijkse oorlogserfgoed (zie zijn schitterende nalatenschap in het Archief voor Leiden en Omstreken):

Wie de letter niet wil geloven, gelove het beeld, want Geek Slats had ook foto’s genomen of verzameld. Daarvan is af te lezen dat het volksgericht plaats vond nabij het oude Sint Jeroensgesticht (‘gerichten’ en ‘gestichten’ liggen soms dicht bij elkaar). De handelingen werden verricht door een man die – getuige zijn armband – lid was van de Binnenlandse Strijdkrachten:
Er zijn overigens ook wel verhalen bekend (ter geruststelling: niet direct vanuit Noordwijk) dat meiden die ‘het’ later deden met de Canadezen soms ook werden aangepakt. “Canadellen” werden ze genoemd. Jaloezie moet daar ongetwijfeld een rol bij hebben gespeeld.
Er was een Franse actrice die na de oorlog vanwege een relatie met een Duitse officier de nodige kritiek en verontwaardiging naar haar toe geworpen kreeg. Haar woorden: “Ze kunnen me aanspreken op mijn vaderlandsliefde, maar over mijn k.. ga ik zelf!”

In het boek ‘de Vergelding’ van Jan Brokken is te lezen waar rancune toe kan leiden. Een vermeende sabotage daad werd als reden gebruikt om een aantal dorpelingen te executeren.
De werkelijke aanleiding was waarschijnlijk een orinaire kroegruzie waarbij jonge mannen Duitse militairen provoceerden door hun Nederlandse ‘gezelschapsdames’ uit te maken voor alles wat minder fraai was. De militairen zonnen op wraak met bovengenoemd resultaat. Niet echt slim allemaal maar, testosteron is zelden een goeie drive in oorlogstijd.
In het mondaine Huis ter Duin werden na de bevrijding feesten voor de Canadezen
gehouden.
Met bussen werden dames uit o.a. Amsterdam ingevlogen, sorry, ingereden……
Volgens mijn oude heer lag het strand voor het hotel aan het einde van de nacht vol met totaal bezopen dames en heren.
Weer wat anders dan landmijnen.
Heb collega gehad wiens moeder dit is overkomen. In Noordwijk. Alleen omdat zij haar hart verloor aan zijn verwekker. Een Tartaarse motorordonans van de Krim. Die ook geen andere keuze had dan om in Duitse krijgsdienst te treden. En op de Batterie Noordwijk terecht kwam. De Krim heeft hij nooit meer terug gezien. Een zoon die zijn vader nooit gekend heeft. Die zelfs geen echte mof was. Meer Tartaar was dan sauerkrauten. Hij vertelde dat van de vernederende strafexpeditie tegen zijn moeder ook fotos van bestonden, misschien in deze serie.
Zo kort na de oorlog moet de gekte zijn toegeslagen in het durrep. Het blijft even schandalig als diep triest.
Mijn lieve omaatje staat op deze foto. Het heeft haar gekrenkt voor het leven