Vastleggen in volledig scherm 16-9-2012 121928.bmp (1)

Botto Wiglius Schultetus Aenaea werd in 1844 of 1845 geboren, helemaal precies weten we het niet. We weten al helemaal niet wanneer hij gestorven is en zelfs niet óf hij gestorven is. We weten weer wel dattie uit Friesland kwam. Hij studeerde in de letteren en de medicijnen, woonde eerst als Repetitor Oude Talen te Leiden, waar hij van 1877 tot 1879, tevens redacteur van de Leidsche Courant was; na die tijd vestigde hij zich als doctor in de medicijnen te Noordwijk-Binnen.

Botto was een onverbeterlijke querulant, zo’n type zeikerd, waarvan er maar weinig op de wereld rondlopen. Hij maakte zich over alles te sappel: als student schreef hij al ingezonden stukken in de Leidse couranten, waarin hij waarschuwde voor een verkeerde schoenmaker op het Rapenburg, voor hospita’s die geen duinwater door hun huis lieten stromen en hij schamperde op de Almanakredactie die een naam vergeten was.

Zijn promotie in de medicijnen moet een geweldig ‘event’ zijn geweest. Blijkbaar had hij het niet kunnen nalaten om ook in zijn proefschrift ‘geneesheeren te ridiculiseeren‘, wat leidde tot heftige tonelen tussen hem en één van de promotoren, professor Rosenstein. Dat leidde vervolgens weer tot een nieuw geschrift van de hand van onze Botto, in eigen beheer uitgegeven: “De Leidsche Senaatskamer ontwijd: open brief aan Prof. Dr. S.J. Rosenstein te Leiden.”

sch

Enfin, toen Botto Wiglius Schultetus Aenaea naar Noordwijk-Binnen kwam om daar een artsenpraktijk te voeren, kon men niet zeggen dat men niet gewaarschuwd was. Ook in Noordwijk ging hij voort met zijn kritikastende werkzaamheden (ofschoon hij zich als gegoede burger ook wel in positieve zin inspande voor de samenleving).

Maar betweterigheid bleef de boventoon voeren: vanuit Noordwijk gaf hij de schaatsmeesters in Friesland aanwijzingen hoe ze ijs moesten maken en hij ging flink tekeer tegen het voorgenomen transport van (katholieke) lijken van de Algemene Begraafplaats naar de Roomsche dodenakker aan de Gooweg.  Hij beriep zich daarbij op overwegingen van gezondheid, maar tussen de regels van zijn betogen door kon  ook een anti-paapsch wereldbeeld worden gelezen.  Dat anti-papisme kwam opnieuw en nu helemaal expliciet naar boven toen men in Noordwijk voornemens was een katholieke arts te benoemen. Dat was tegen het zere been van Schultetus en hij fulmineerde in woord en geschrift tegen de gang van zaken. Daarbij moest vooral burgemeester Hendrik graaf van Limburg Stirum het ontgelden. Die werd – net als professor Rosenstein vóór hem – getrakteerd op een fel pamflet onder de titel: “Een ridder van de droevige figuur: het gedrag van den burgemeester van Noordwijk, Mr. H. Graaf van Limburg Stirum, gebracht voor de rechtbank der publieke opinie. “  De term ‘Ridder van de Droevige Figuur’ is in de letteren doorgaans voorbehouden aan (Don Quichotte , dus het laat zich wel wat er allemaal instond. Ik kan het echter niet verifiëren. Er is nog één exemplaar antiquarisch verkrijgbaar voor de veuls te hoge som van € 263,50 en in de Koninklijke Bibliotheek hebben ze het verhaal alleen op microfiche en daar heb ik nu geen tijd en zin an. Komt nog wel.

Schultetus Aenaea was toen al (in 1887)  uit Noordwijk vertrokken naar Den Haag om daar zijn zegenrijke werken voort te zetten. Een hoogst verbolgen burgemeester van Noordwijk zorgde er met zijn lange adellijke tentakels voor dat Schultetus Aenaea het lidmaatschap van Sociëteit De Witte werd ontzegd (met dank aan NoordwijkseHuizen), wat Schultetus andermaal opjoeg naar de allerhoogste stadia van buitenzinnige razernij.

Sep15364