bos

Bij eerdere berichtgeving over het pension Brunswiga uit het vorige blog stuitte ik ook op deze foto van twee kinderen, spelend voor het pand. Het waren de kinderen van Jan en Anna Bos, Aafje (1903) en Wouter (1906). Met deze Wouter zou zich later nog een tragische geschiedenis afspelen, Li-st attendeerde mij daarop:

Wouter Bos werd Luitenant ter Zee Tweede Klasse bij de Koninklijke Marine. In die hoedanigheid kwam hij in de Tweede Wereldoorlog in Japans krijgsgevangenschap. Hij bevond zich op het Japanse vrachtschip de Junyo Maru (順陽丸), toen dat op 18 september 1944 onderweg was van Java naar Sumatra met naast de bemanning nog 2300 Amerikaanse, Australische, Britse en Nederlandse krijgsgevangenen en 4200 Javaanse werkslaven (Romoesja’s). Ze waren allen bestemd om aan de 220 kilometer lange Pekanbaru-spoorweg tussen Pekanbaru en Muaro te werken. Het Japanse woord Yunyo betekent havik; Maru wordt al sinds 1493 gebruikt om een schip aan te duiden.

Op die reis werd het schip getorpedeerd door de Britse onderzeeboot HMS Tradewind. De gevolgen waren verschrikkelijk: zo’n 5600 mensen kwamen om het leven, bijna 4x zoveel als het aantal slachtoffers van de Titanic. Het was misschien wel de grootste scheepsramp in de geschiedenis.

Ook Wouter Nicolaas Bos behoorde tot de slachtoffers. Hij vond op 38 jarige leeftijd de dood in de verschrikkingen ver van het huis en de straat in Noordwijk waar hij in 1907 nog met zijn zusje en de hond aan het spelen was geweest. Er waren heel weinig overlevenden. Die overlevenden kwamen alsnog terecht in Sumatra om aan de pekanbaru-spoorweg te werken.

junyo1