Chef-veldwachter M. Gool, hield er in 1910 wel een ‘kranige’ politiehond op na, maar het beest – Betsy geheten – was blijkbaar particulier bezit. Dat gaf Gool de vrijheid om persoonlijk goede sier te maken met Betsy,. Hij mocht haar zelfs verkopen, als hij daar zin an had, zeker als hem daartoe “een som gelds werd aangeboden, die iedereen in verzoeking zou brengen.” Maar ja, dat leek dan wel te gaan ten koste van de veiligheid op het durrup, vandaar de oproep aan het gemeentebestuur om Betsy in ambtelijke dienst te nemen.
Volgens de verslaggever zou menig inbreker het bij voorbaat uit zijn hoofd laten om in Noorwijk een kraak te zetten, wetende dat Betsy altijd in de buurt was.
Als dat al zo zou zijn, zou ik het als inbreker wel weten: ik zou die hond zelf kopen, want dan kreeg je écht vrij spel in de gemeente Noordwijk (voor Gool was niemand bang).

