Ik was altijd erg onder de indruk van Jaap van der Niet als doelman van Noordwijk. Lange, atletische vent, meestal een gele trui over een witte broek. Pracht keeper. Jaap bracht het na zijn actieve voetbalcarrière – inmiddels verhuisd naar Monnickendam – tot scheidsrechter in het betaald voetbal. Van 1983 tot 1990 floot hij in de Eredivisie. Tijdens de door hem geleide wedstrijd FC Twente-PSV (0-0) werd hij geveld door een oerend hard schot van Twentespeler André Paus en moest hij – helemaal van de wereld – vervangen worden.
Op de Wikipedia staat geschreven dat Van der Niet vanwege “zijn felle, nijdige spel, voornamelijk als doelman” de bijnaam kreeg ‘De Nijdige’, later afgekort tot ‘De Nijt’. Onder die bijnaam zou hij niet alleen in Noordwijk en omstreken, maar in de hele Nederlandse voetbalwereld bekend hebben gestaan. Ik zet daar een groot vraagteken achter: in mijn herinnering was Jaap van der Niet altijd de rust en sportiviteit zelve, een baken in de achterhoede. Ik heb hem – geloof ik – helemaal nooit kwaad of bozig gezien. Ik was alleen maar verrukt als hij weer eens naar de kruising zweefde of met zijn lange armen een verdediger aanspeelde.
“De Nijt”, hoe komen ze erbij?

