Kust van Guinee
Zacht ruischt langs den scheepswand het schuim,
Langs de kim vloeit aanhoudend geflikker.
De kopra broeit in het ruim,
De kaptein wordt hoe langer hoe dikker.
De sterren beklimmen het ruim,
Hoog boven den mast – o, was ik er!
In ligstoelen luiert het schuim
Van de naties op dek, meest half sikker.
De zee is zoo goed en zoo groot,
Maar het schip zoo benauwd en zoo klein,
En het leven eentonig en schriel.
Men kan beter in Noordwijk, Deauville
In een strandstoel ’t zeeleven genieten,
Dan door werkelijk zeeman te zijn.
(J.J. Slauerhoff)

